Volgens de Oostenrijker Martin Sellner ontbreekt er een goede leidstrategie die alle rechtse energie in Europa kan bundelen om een echte verandering in het politieke systeem te veroorzaken. Met het boek Regime Change von rechts. Eine strategische Skizze (Regimeverandering van rechts: een strategische schets) probeert hij hier iets aan te veranderen (het boek is voorlopig enkel in het Duits verschenen bij uitgeverij Antaios, een Engelse vertaling is onderweg).
Door gastschrijver Thomas Panis
Metapolitiek
Volgens Sellner is het voortbestaan van de Westerse cultuur en haar bevolkingsgroepen in gevaar door een actief gestuurde demografische transitie (massamigratie): de omvolking. Deze transitie gebeurt volgens Sellner tegen de wil van de huidige bevolking. De machthebbers komen hier enkel mee weg omdat ze de metapolitiek volledig beheersen.
Deze metapolitiek omvat alles dat noodzakelijk is om een effectief beleid te voeren: steun vanuit academische cirkels, het onderwijs, de media, de intellectuelen, de rechtbanken, de permanente bureaucratie, NGO’s enzovoort.

Metapolitiek is volgens Sellner belangrijker dan de politiek zelf: een parlementaire meerderheid of een president die door alle elites en staatsorganen wordt tegengewerkt kan niets bereiken (zie ook: de ambtstermijn van Donald Trump in de
Verenigde Staten). Dankzij een lange mars doorheen de instituten zijn linkse intellectuelen er de afgelopen tientallen jaren in geslaagd om vrijwel volledige controle te verkrijgen over deze metapolitiek. Om die metapolitiek te heroveren, en daarmee de echte bron van de politieke macht, moeten rechtse bewegingen meer strategisch te werk gaan en plannen op lange termijn maken.
Hopeloze non-strategieën
Sellner richt in dit boek zijn pijlen eerst op de non-strategieën: rechtse tegenreacties die totaal geen invloed kunnen hebben op de machtsverhoudingen in de samenleving.
Een voorbeeld hiervan is de ‘Ark-van-Noah strategie’, waarbij Westerse gezinnen de multiculturele steden ontvluchten om een soort traditionele idylle te zoeken op het platteland. Het is volgens Sellner echter een kwestie van tijd totdat de massamigratie ook in de kleinste provinciestad doordringt: deze strategie zal dus uiteindelijk falen.
De geestelijke revolutie bestaat dan weer uit intellectuelen die zich wijsmaken dat wetenschappelijke publicaties en filosofische discussies volstaan om een maatschappelijke revolutie te veroorzaken, zonder dat ze daarvoor hun handen moeten vuil maken met politieke activiteit.
Vervolgens zijn er de Dag-X-denkers, die passief wachten op een deus-ex-machina (god uit een machine) die alles plots zal oplossen zonder dat iemand hier iets voor moet doen (cfr. Q-Anon beweging in de VS): door hun passiviteit krijgen ze natuurlijk geen enkele verandering doorgevoerd.
Naast deze volstrekt zinloze non-strategieën zijn er ook meer doelgerichte denkpistes die echter eveneens geen kans op slagen hebben: het parlementspatriotisme en de militante bewegingen.
De politieke illusie
Onder parlementspatriotisme verstaat Sellner de rechtse strategie die zich enkel bezighoudt met het behalen van een verkiezingsoverwinning. In zijn ogen is een parlementaire meerderheid echter waardeloos als er niet tegelijkertijd een metapolitieke machtsbasis voor de nieuwe wetten en regelgevingen ontstaat.
Door de focus te leggen op het maximaliseren van stemmen en het behalen van postjes dreigt een klassieke politieke partij zich te verwijderen van haar oorspronkelijke doel. Vaak worden compromissen gesloten met andere partijen die het einddoel tegenwerken, om toch maar aan de macht te komen. Of men probeert zich af te schermen door het veroordelen van ‘extreem-rechtse’ activisten en gaat daarbij volledig mee in het door de linkse media gecontroleerde Overton-venster (is het spectrum van gedachtegoed dat het grote publiek accepteert). Alle middelen gaan naar verkiezingscampagnes, terwijl de linkse Gramsciaanse mars doorheen de instituten vrolijk verder gaat.
Zelfs als een dergelijke partij tijdelijk een mandaat kan bemachtigen, kan dit volgens Sellner geen duurzame verandering teweegbrengen. Een politieke partij moet volgens hem de metapolitieke arbeid ondersteunen en zich niet van de partijbasis en het activisme afkeren: hierdoor stelt ze zichzelf natuurlijk bloot aan onophoudelijke kritiek van de media en repressie door de staat, hetgeen electoraal nadelig kan zijn, maar dit is op korte termijn volgens hem onvermijdelijk.

Militante bewegingen
Fantasieën in bepaalde rechtse kringen over een gewelddadige staatsgreep door militante bewegingen zijn volgens Sellner niet enkel op ethisch vlak, maar ook op strategisch vlak te verwerpen. Ze geven het heersende regime namelijk een excuus om met repressie de oppositie in de kiem te smoren.
Zolang de media, de academische wereld, de hogere echelons van de ambtenarij en de veiligheidsdiensten nog ideologisch worden gecontroleerd door een linkse elite hebben dergelijke staatsgrepen geen enkele kans op slagen in een modern Westers land. Ook het omgekeerde is waar: indien deze instituten niet meer links zouden zijn zou het volgens Sellner ook vanzelf geweldloos tot een politieke verandering komen (hetgeen een gewelddadige staatsgreep dus zinloos en contradictorisch maakt, en volledig af te keuren).
De reconquista
De strategie waar Sellner wel toekomst in ziet noemt hij de reconquista. Hierbij gaat het om het heroveren van de metapolitieke macht, die dan kan leiden tot een sociale ommekeer. Als voorbeeld van een dergelijke geslaagde reconquista verwijst hij naar de beweging van de Hongaarse president Orbán.
Hoe ziet die reconquista eruit volgens Sellner? Om te beginnen is er een rechtse consensus nodig over het einddoel: Sellner definieert dit doel als het behoud van de etnoculturele identiteit van de bevolking. Elke strekking die zich met dit minimum kan vereenzelvigen wordt uitgenodigd om hiervoor samen te werken, of het nu nationalisten, liberalen of zelfs socialisten zijn. Vervolgens wordt de metapolitieke kracht volgens Sellner op vijf grote pijlers gebouwd, die elkaar onderling moeten ondersteunen: de beweging, de tegenopinie (alternatieve media), de theoretische pijler, de tegencultuur en de partij. Enkel door samenwerking tussen deze pijlers is er een kans op slagen.
De vijf pijlers
De eerste pijler van de reconquista is volgens Sellner de beweging: die bestaat uit een bredere, gematigde tak die grote delen van de bevolking moet kunnen aanspreken en op de been brengen voor betogingen (bijvoorbeeld Pegida in Duitsland).

Daarnaast moet er ook een activistische, ‘pikante’ tak zijn van de beweging die de grenzen van het Overton-venster aftast en probeert het debat te sturen met symbolische acties (spandoeken, straattheater, etc.). De bedoeling moet volgens Sellner zijn om de media te verplichten aandacht te besteden aan thema’s die ze liever doodzwijgen: de negatieve gevolgen van massamigratie, termen zoals omvolking, islamisering en remigratie. (Een voorbeeld zou de Identitaire Beweging kunnen zijn, of bij ons groeperingen zoals Schild en Vrienden)
Ten tweede is er een tegenopinie nodig die via alternatieve mediakanalen de klassieke media kan omzeilen (podcasts, online kranten). Het doel is niet om enkel meer lezers of toeschouwers te bereiken, maar vooral om de andere pijlers van de reconquista actief te ondersteunen.
Ten derde is er de theoretische pijler: de intellectuele fundamenten van de rechtse strategie en mening moeten via academische discussie en publicaties worden versterkt. De hegemonie van links in de humane wetenschappen moet hierdoor worden uitgedaagd. (met beurzen voor rechtse studenten, alternatieve wetenschappelijke congressen, lezingen enzovoort)
Tegencultuur en politiek
De vierde pijler van de reconquista is volgens Sellner de tegencultuur. Meer en meer kunstenaars beginnen zich slecht te voelen in het politiek correcte keurslijf en durven openlijk rechtse thema’s aan te kaarten. Dit moet natuurlijk via de andere pijlers van de reconquista gesteund worden.
Ten vijfde is er de politieke beweging en partij: deze speelt natuurlijk een belangrijke rol, maar moet volgens Sellner ook de overige pijlers van de reconquista steunen totdat uiteindelijk het moment gekomen is om op een effectieve manier te wegen op het beleid. Hoewel er een duidelijk onderscheid moet zijn tussen partij en beweging, mag een rechtse partij zich volgens Sellner niet reflexmatig afgrenzen van elke activist die buiten de lijntjes van het Overton-venster kleurt, zoals nu vaak gebeurt.
De tijd dringt: iedereen die de status quo wil veranderen moet volgens Sellner naar vermogen in een van de bovenstaande pijlers meewerken.
Plan B: Strategie van de groepering
Sellner stelt dat de strategie van de reconquista, zoals hierboven besproken, de enige realistische is voor het behoud van de culturele identiteit. Hij geeft echter toe dat ook deze strategie kan mislukken. De demografische omvolking is namelijk al ver gevorderd. Het kantelpunt zal volgens hem worden bereikt wanneer ongeveer ⅓ van de bevolking van een Westers land bestaat uit niet-geïntegreerde migranten die zich niet niet met de gebruiken en waarden van de autochtone bevolking identificeren.
Een alliantie van deze migranten met de harde kern van linkse autochtonen zal er dan voor zorgen dat er geen parlementaire meerderheid meer kan worden behaald door een rechtse partij. Volgens de huidige demografische gegevens zal dit binnen 20 tot 30 jaar voor sommige landen het geval zijn (dat wil zeggen mogelijk reeds binnen een 5-tal verkiezingscycli).
Is het dan game – over? Nee, ook zonder geslaagde reconquista blijft er volgens Sellner een optie voor het behoud van de culturele identiteit: de strategie van de groepering. Hierbij proberen de overgebleven autochtonen hun tradities en cultuur te bewaren door zich bewust in bepaalde regio’s te groeperen die nog niet door massamigratie zijn omgevolkt. De bevolking in deze regio’s moet zich nu beroepen op haar rechten als minderheid in het nieuwe lappendeken van bevolkingsgroepen die de oude natiestaat beheersen (een soort Balkanisering). Vanuit deze regio’s moet dan een lokale reconquista ontstaan, die dan kan leiden tot een renaissance van de vroegere leidcultuur en zo een nieuwe poging om een machtsbasis op te bouwen voor de eigen bevolkingsgroep.
Deze strategie van de groepering die Sellner voorstelt doet overigens denken aan het Amerikaanse Free State Project waarbij libertairen in de staat New-Hampshire al jaren proberen een libertair bastion te vormen door migratie en het veroveren van lokale politieke macht – met toenemend succes. Sellner blijft echter vasthouden aan het idee van de natiestaat en ziet deze groeperingsstrategie dan ook expliciet niet als een poging tot secessie (zoals de libertairen in New-Hampshire eigenlijk wel doen) maar als een tijdelijke stelling in zijn reconquistastrategie.
Samenvattend
Martin Sellner geeft in zijn boek Regime Change van Rechts: een Strategische Schets een mooi overzicht van een aantal typische rechtse strategieën en van de oorzaken van hun falen. Zijn eigen voorstel in de vorm van een reconquista van de metapolitieke macht lijkt goed doordacht en berust op een uitgebreide analyse van strategieën die succes gekend hebben (zoals de beweging van Viktor Orbán). De lezer zal na het doorspitten van dit boek de hedendaagse politieke strijd in West-Europa zeker op een andere manier bekijken.






Één reactie op “Boekbespreking: Regimeverandering van rechts”
Un article très intéressant.