Met rechts tegen het totalitarisme

Coronamaatregelen: prof. Mattias Desmet geeft tegenwind

Sinds het begin van de zogenaamde ‘coronacrisis’ geniet Mattias Desmet van een groeiende bekendheid. Voor wie hem niet kent: Desmet is psychotherapeut en professor klinische psychologie aan de Gentse universiteit. Hij trok de aandacht door een vraaggesprek met een redacteur van DeWereldMorgen (ja, ik weet het: een linkse webstek!), waarin hij stelde dat de coronamaatregelen totalitaire trekjes onthullen. Dat leverde hem een hoop tegenwind op, wat uiteindelijk resulteerde in deelname aan de bekroonde documentairereeks… ‘Tegenwind’. Begin dit jaar publiceerde hij ook een boek: ‘De psychologie van het totalitarisme’.

Met Gustave Le Bon (‘La psychologie des foules’, 1895) en Hannah Arendt (‘The Origins of Totalitarianism’, 1951) onder de arm fileert hij in zijn boek nauwlettend de schaapachtige onderwerping van de massa aan de coronamaatregelen.

De psychologie van het totalitarisme

De oorsprong van het totalitarisme situeert zich in de Verlichting. Vanaf de 17de eeuw geraakte het Westen in de ban van wetenschap en technologie. Vanuit een mechanistisch mens- en wereldbeeld werd alles gemeten en in hokjes opgedeeld. Deze mechanistische manier van denken leidde tot een buitensporige industrialisering en vertechnologisering. Dat leidde dan weer tot een vormeloze massa (massavorming), met toenemend hyperindividualisme, sociaal isolement, epidemische angst, depressie en frustratie. De massa snakt naar een leider die richting geeft aan haar zinloze bestaan en die hen helpt te ontsnappen uit het sociale isolement en het troosteloze individualisme; een leider die hen als het ware bevrijdt van zichzelf.

In ruil daarvoor eist de totalitaire leider van de massa een absolutistische solidariteit en burgerzin, waardoor de massa ten prooi valt aan een fanatiek collectivisme. Voorbeelden daarvan zijn het nationaal-socialisme en vooral het communisme, maar ook de afgelopen twee coronajaren vertonen totalitaire trekjes. Overigens zal het nieuwe totalitarisme zich niet zo spectaculair voordoen als het nationaal-socialisme of het communisme, maar zal het opduiken in een technocratische gedaante, met aan het hoofd saaie bureaucraten. Dat wist Hannah Arendt reeds te voorspellen. Een nieuw fascisme zal er volgens Desmet niet komen: het fascisme heeft zijn tijd gehad.

Detail: een totalitair regime is niet hetzelfde als een klassieke dictatuur. Een klassieke dictatuur neemt er genoegen mee om de publieke ruimte te beheersen. Een totalitair regime wil zich ook nog eens in de hoofden van haar onderdanen nestelen.

Een controversiële denker: Julius Evola

Mattias Desmet is niet de eerste om zich voor massavorming en totalitarisme te interesseren. We vernoemden al Gustave Le Bon en Hannah Arendt, maar er is nog een figuur, minder bekend, en zowel bij leven als bij dood controversieel: de Italiaanse denker Julius Evola. Evola uitvoerig bespreken zou ons te ver voeren, daarom een overzicht van zijn leven in telegramstijl.

Geboren in 1898 te Rome uit een familie die tot de lagere Siciliaanse adel behoorde. Oorlogsvrijwilliger 1914-1918. Futurist. Dadaïst. Gepassioneerd alpinist. Auteur van boeken en artikels over esoterie, alchemie en filosofie. Met één been in het fascisme; met het andere been eruit. In 1945 verlamd aan de onderste ledematen na een zwaar Sovjet-bombardement gedurende zijn verblijf in Wenen. Bleef werkzaam als auteur tot aan zijn dood in 1974. Tot zijn bekendste werken horen ‘Rivolta contra il mondo moderno’ (‘Revolte tegen de moderne wereld’, 1934), ‘Gli uomini e le rovine’ (‘Mensen tussen de ruïnen’, 1953) en ‘Cavalcare la tigre’ (‘De tijger berijden’, 1961).

Met één been in het fascisme; met het andere been eruit: vandaar  de controverse rond Evola natuurlijk. Evola verwelkomde het fascisme (het gaat hier om het Italiaanse fascisme) als een poging tot wedergeboorte van het oude Rome. Hij bedoelde daarmee niet het decadente Rome, maar het oorspronkelijke Rome uit de begintijd, waaraan een mensentype met een bepaalde stijl ten grondslag lag. Eén van de kenmerken van die stijl was de deugd (virtus). Niet de deugd van de hedendaagse deugmens met zijn politiek-correcte moraal, maar van de verheven Romein met zijn mannelijkheid en moed. Voor Evola was de ware Romein iemand die bepaalde principes vooropstelde en er ook naar leefde; iemand die ten volle bewust was van zichzelf en van het leven om hem heen. Verdere kenmerken van de Romeinse stijl waren de trouw aan zichzelf en aan anderen, een doelbewust handelen zonder aanstellerij, werkelijkheidszin, een klare kijk op het leven, innerlijk evenwicht, wantrouwen ten opzichte van overdreven emotionaliteit, een voorliefde voor matigheid, het vermogen om de krachten te bundelen voor een hoger doel of idee en een diepe drang om vrij te zijn. Evola voegde daar nog de ‘religio’ en de ‘pietas’ (vroomheid) aan toe. Met ‘vroomheid’ bedoelde hij niet de vroomheid van de pilaarbijter, maar de respectvolle en waardige verering van het bovenzinnelijke (transcendente). Evola had het katholieke geloof overigens achter zich gelaten. Zijn traditionalisme baseerde zich niet op de Kerk van voor het Tweede Vaticaanse Concilie, maar op een veel oudere Traditie (met hoofdletter), in dit geval dus die van het oude Rome.

Kritiek op het fascisme

Helaas vond hij die stijl niet helemaal terug in het fascisme. Evola zag in het fascisme geen kern aanwezig die wees op een band met het transcendente, het sacrale. In zijn tijdschrift ‘La Torre’ hekelde hij regelmatig de gebreken van het fascisme: de jakobijnse gelijkmakerij, de bureaucratie en het centralisme, de bemoeizucht van de overheid, de persoonscultus (het ‘cesarisme’) en de ijverzucht van de bourgeoismannetjes die zich bekeerden tot de nieuwe ideologie en die zich uitsloofden om – Mussolini ter wille – de beste fascist te zijn (een groot aantal onder hen zou zich na 1945 niet veel meer herinneren van dat fascisme). Uiteindelijk ergerde Evola zich aan het totalitaire karakter van het fascisme.

Volgens Evola onttrekt een waar gezag haar autoriteit niet aan het volk (hij was geen democraat), maar aan een hoger Idee (met spirituele wortels), dat gedragen wordt door een leidende klasse en aanvaard door het volk. Die leidende klasse bezit de intrinsieke kwaliteiten om zonder dwang of geweld te heersen. Wanneer dat niet het geval is, loopt het al fout van bij het begin en is de kans groot op een dictatuur of, erger nog, op een totalitair regime. Het hangt er vooral vanaf of de leidende klasse in staat is om te leven volgens haar eigen – hogere – principes. Het komt erop aan een voorbeeld te zijn. Macht uitoefenen omwille van de financiële voordelen is helemaal uit den boze.

Mussolini nam Evola’s kritiek op het fascisme niet altijd in dank af, maar wanneer iemand hem daarop attent maakte, antwoordde Evola laconiek: ‘Pech voor Mussolini’. Na tien nummers werd ‘La Torre’ dan ook verboden door de overheid, al kon hij wel verder schrijven in tijdschriften van vrienden. Evola mocht nog van geluk spreken: onder het communistische regime van Stalin zou hij zonder pardon zijn geëxecuteerd; in nationaal-socialistisch Duitsland zou hij de Nacht van de Lange Messen niet hebben overleefd. Opmerkelijk is dat het antifascistische tijdschrift ‘La Critica’ van de liberaal Benedetto Croce gedurende heel het fascistische bewind kon blijven verschijnen.

De verhouding tussen Evola en het fascisme verwoordde hij zelf als volgt: ‘In de mate dat het fascisme deze principes volgt en ze verdedigt (Evola bedoelde de principes die door hem werden verdedigt in ‘La Torre’), in exact dezelfde mate kunnen wij ons beschouwen als fascisten. Dat is alles.’

‘Einen anarchistischen Individualreaktionär’

Over Evola valt nog veel te vertellen, maar daar is hier geen plaats voor. Vast staat dat hij een complexe figuur is die tot op de dag van vandaag dikwijls niet begrepen wordt, al werkte hij dat onbegrip meestal zelf in de hand door de keuzes die hij maakte en zijn voorliefde voor provocatieve uitspraken. In de Duitse vertaling van ‘Gli uomini e le rovini’ (‘Menschen inmitten von Ruinen’, Hohenrain-Verlag, 1991) karakteriseert de schrijver van het voorwoord Evola als een ‘anarchistischen Individualreaktionär’. Dat zegt al iets over de controversiële persoonlijkheid van de man. Best is om Evola zelf te lezen en te ontdekken, om niet te vervallen in domme politiek-correcte vooroordelen.

Het liberalisme aan de oorsprong van de wereldwijde subversie

Wat ons hier interesseert, is hoe Evola dacht over het totalitarisme. Hij laat daarbij niets aan de verbeelding over, en beschuldigt zonder dralen het liberalisme als de oorzaak van het totalitaire verval. Het volgende citaat (en ook de andere citaten in dit hoofdstukje) staat te lezen in de Duitstalige uitgave van ‘Gli uomini e le rovini’: ‘Het spook dat het liberalisme het meest beangstigd, is het totalitarisme. Maar het totalitarisme is juist het eindproduct dat zich ontwikkelde uit de fundamenten van het liberalisme, en niet vanuit die van de organische staat. Zoals we zullen zien, bestaat het totalitarisme slechts in een versterking van de liberale opvatting, dat een systeem van buitenaf wordt opgelegd aan een massa van louter individuen, die, omdat ze geen eigen vorm en geen innerlijke wet bezit, deze alleen van buitenaf kan verkrijgen, net zoals individuen moeten worden ingepast in een allesomvattend mechanisch systeem, zodat de chaos van wanordelijk en egoïstisch uitoefenen van individuele krachten en belangen wordt vermeden’.

Volgens Evola is de geschiedenis geen opwaartse stroom naar meer ‘Vooruitgang’, maar is ze één lang proces van verval; een verval dat in een stroomversnelling kwam met de Franse Revolutie: ‘De ontbinding van de traditionele maatschappelijke en politieke structuren, of tenminste wat er in Europa van overbleef, begon zoals bekend met het liberalisme. Na de stormachtige en demonische tijden van de Franse Revolutie begonnen haar principes in de vorm van het liberalisme als eerste te werken, zodat het liberalisme derhalve ook als oorsprong van de verschillende met elkaar verbonden vormen van de wereldwijde subversie moet worden beschouwd.’

Liberalisme, parlementaire democratie, socialisme, communisme… het zijn volgens Evola gradaties van één en hetzelfde kwaad: ‘Zonder de Franse Revolutie en het liberalisme zouden constitutionalisme noch democratie ontstaan zijn. Zonder de democratie en de bijhorende burgerlijke en kapitalistische cultuur van de derde stand was er socialisme noch demagogisch nationalisme geweest. Zonder het voorbereidende werk van het socialisme zouden radicalisme noch communisme op nationaal of proletarisch-internationaal niveau een kans hebben gekregen.(…) Dit proces ontstond op het moment dat de mens van het Avondland zijn binding met de traditie verloor, voor zichzelf als individu een lege en denkbeeldige vrijheid opeiste, van een organisch deel van een geheel verwerd tot louter een atoom en ieder hoger symbool van autoriteit en soevereiniteit verwierp. Wanneer deze beweging uiteindelijk haar grens bereikt, keert ze terug in de tegengestelde richting, om dan uit te monden in een ’totalitaire’ vorm, die een demonische en materialistische imitatie van eerdere politieke ideeën is en die de ergste slavernij met zich meebrengt, zoals ze naar het gezegde van Plato wel moét ontspringen uit een onbestemde ‘vrijheid”.

Individualisme leidt naar totalitarisme

Evola komt tot dezelfde bevindingen als Mattias Desmet: het individualisme en het mechanistische mensbeeld van de moderniteit leiden naar massavorming en totalitarisme. Het enige verschil tussen Evola en Desmet is dat de eerste openlijk het liberalisme met de vinger wijst: ‘De wezenskern van het liberalisme is het individualisme’. De grote fout van het liberalisme (en de ideeën van 1789) is volgens Evola dat het de organische ‘persoon’ verwisselde met het anorganische en abstracte individu. Zowel Evola als Desmet stellen vast dat het volk eigenlijk niet zonder leiders kan, maar dat moeten dan wel leiders zijn die hun ego aan de kant zetten en zich niet vastklampen aan de macht. Van belang zijn verantwoordelijkheid en integer leiderschap. En er moet een gezond evenwicht zijn tussen het individu – of de persoon – en de gemeenschap.

Laten ons klaar en duidelijk stellen: het ligt niet in de bedoeling van Mattias Desmet een ‘evoliaan’ te maken, ook al zijn er overeenkomsten tussen hem en Evola in hun denken over het totalitarisme. Desmet onderzoekt het huidige fenomeen van massavorming uit persoonlijke interesse en als afstandelijk waarnemer. Evola was niet alleen waarnemer, maar ook deelnemer (en dus ervaringsdeskundige) en probeerde met zijn denkwerk het politieke proces van zijn tijd te begrijpen en te sturen, zonder succes evenwel. We weten ook niet of Desmet links of rechts denkt, en dat is ook niet van belang. Hij is een onderzoeker, geen politicus die zich waagt aan ideologische bespiegelingen, punt. Enkel zijn analyse interesseert ons. Al de rest is hokjesdenken.

Het verdwijnen van traditionele gemeenschappen maakte ons kwetsbaarder

Vermelden we nog dat ook een andere intellectueel uit het rechtse kamp, de Fransman Alain de Benoist, in 1998 een essay wijdde aan het totalitarisme: ‘Communisme et nazisme: 25 réflexions sur le totalitarisme au Xxe siècle’, dat in 2001 door de Delta-Stichting (van het blad Tekos) in het Nederlands werd vertaald (‘Totalitarisme. Communisme en nationaal-socialisme: de andere moderniteit (1917-1989). Ook De Benoist kan niet langs Hannah Arendt: ‘Hannah Arendt zag een vanzelfsprekende band tussen de versplintering van de individuen, veroorzaakt door het opkomen van het egalitair individualisme en het verschijnsel totalitarisme. Voor haar was het totalitarisme een antwoord op ‘de ontgoocheling van de wereld’, op de ontbinding van de bemiddelende lichamen , op het culturele en sociale verbrokkelen van de moderne industriële maatschappijen, waar de versnelde ontwikkeling, de levenswijze eigen aan primaire organische groepen – families, dorpsgemeenschappen enz. – verbroken heeft. Zijn plots ontstaan leek Arendt verbonden aan het opkomen van ontwortelde massa’s (mob) die door het verdwijnen van traditionele gemeenschappen, verenigingen en ‘standen’ kneedbaarder waren gemaakt, kwetsbaarder dan ooit te voren’. De Benoist toont aan dat élke ideologie uit de moderne tijd (dus nà 1789) lijdt aan dezelfde kwalen, zoals het eenheidsdenken en daaruit vloeiend het gelijkschakelen van de openbare opinie, de manie om alles op een (pseudo)wetenschappelijke manier te willen verklaren, het centralisme en de maakbaarheid van de mens en van de wereld.

Het monster dat in 1789 werd geboren

Het totalitarisme is een monster dat in 1789 werd geboren. Het liberalisme is dé ideologie van de moderniteit en dus – ongewild of niet? – oorzaak van het totalitarisme. Liberalisme en socialisme zijn producten uit dezelfde ideologische matrijs, die van de Franse Revolutie. Dat het liberalisme oorspronkelijk een linkse ideologie is, zegt genoeg. In feite is er niks rechts aan. Daar zit een stukje van de puzzel van de chaos en de verwarring van de moderne tijd. Het hedendaagse liberalisme – met haar voortdurende aanvallen op wat er ons nog rest aan traditie –  laat haar ware aard zien en keert terug naar haar revolutionaire wortels. De cirkel is rond. Goedmenende liberalen (en die zijn er zeker!) die pleiten voor meer liberalisme moeten daar maar eens goed over nadenken: het liberalisme is niet de oplossing, maar het probleem. Het is de grootste kwakzalverij ooit.  

Julius Evola kan foute keuzes hebben gemaakt, maar dat wil niet zeggen dat alles wat hij te vertellen had waardeloos is. Hij was tenslotte slechts een speelbal in het hele fascisme-verhaal, die probeerde tegen de stroom in te roeien, maar uiteindelijk verdronk in de fascistische vloedgolf. Net zoals iedereen in die tijd moest hij zijn weg zoeken, en al zijn sommige van zijn denkbeelden schijnbaar achterhaald en moeilijk te begrijpen voor de gehersenspoelde westerling; hem lezen levert boeiende inzichten op. Van Alain de Benoist kan men niet beweren dat hij verkeerde keuzes maakte. Maar ook hij behoort tot de kring van verdoemde schrijvers. Logisch: wie het liberalisme en de liberale democratie bekritiseert, kan niet op mededogen rekenen van de gevestigde machten en moet gekaderd worden binnen ‘extreemrechts’.

Kunnen we besluiten dat alleen rechts een antwoord kan bieden aan de totalitaire verleiding? Ja, op voorwaarde dat het geen karikatuur van zichzelf is (door de media gefabriceerd of door eigen fout). Maar misschien moeten we eens leren denken voorbij links en rechts. Die tegenstelling is een relikwie uit een vermolmde wereld, die enkel maar voor verdeeldheid zorgt. Beter is het om te streven naar een gezond evenwicht tussen de reële mens en de reële gemeenschap: de levende organische wereld tegen de totalitaire technocratie van de kosmopolitische elite. Dat zou goedmenende linksen (ja, die bestaan ook!) toch ook moeten kunnen bekoren?

Het is dus intellectueel oneerlijk rechts te beschuldigen van totalitarisme, tenminste het rechts dat zich baseert op een waarachtig conservatisme en een waarachtig traditionalisme.Evola en De Benoist behoren tot de meest eminente denkers uit die stal. Hun denkbeelden zijn in elk geval het overwegen waard, voor wie nog eens een echte intellectuele uitdaging zoekt.

One comment

Geef een reactie