1 mei: Vlaams Belang, solidarisme en de vierde industriële revolutie

De jaarlijkse 1 mei-show zit er weer op. Blikvanger dit jaar was de woordenstrijd tussen ‘Bugs Bunny’ Conner Rousseau en Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken. Het Vlaams Belang koos Sint-Niklaas uit om haar 1 mei-manifestatie te houden, niet toevallig de thuishaven van de voorzitter van de sossen. Rousseau ziet de bui al hangen: het Vlaams Belang promoot zichzelf als de vertegenwoordiger van de G.V., de Gewone Vlaming, en dat legt de Vlaams-nationale partij geen windeieren. Daarom de pogingen van het rode konijn om met een ‘flinkse’ boodschap voor de dag te komen, met zijn felbetwiste uitspraak over Molenbeek en zijn uithaal naar het Vlaams Belang op de Dag van de Arbeid.

Linkser dan de PVDA?

Het moet gezegd: het programma van het Vlaams Belang oogt een pak socialer sinds Tom Van Grieken als jonge snaak de euvele moed had de voorzittersfakkel over te nemen. Dat lokt wel eens hoongelach uit bij de concurrentie, vooral dan bij de liberalen van de N-VA en de Open VLD. Zo gaat het van ‘het Vlaams Belang heeft een sociaaleconomisch links programma’ tot ‘het Vlaams Belang wil de PVDA links voorbij steken’. Op sociale media lezen we zelfs dat het Vlaams Belang gelooft in ‘linkse sprookjes’ en handelt in ‘maakbaarheidsidealen’. Wie dat zegt, heeft wel een klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt. Of kletst gewoon uit zijn nek.

Het volstaat om het programma van het Vlaams Belang onder de loep te nemen: daar vindt men zowel voorstellen ten bate van sociale bescherming als voorstellen die stimulansen bieden voor bedrijven. Naast het verlagen van de wettelijke pensioenleeftijd van 67 naar 65 jaar en een gewaarborgd minimumpensioen van 1500 euro voor zowel werknemers, zelfstandigen als ambtenaren wil het Vlaams Belang ook een beperking van de werkloosheid in de tijd, behalve voor wie een opleiding volgt of ouder is dan 50 jaar. Zo lezen we ook dat de partij de vennootschapsbelasting wil verlagen tot 20 % en de administratieve rompslomp voor opstartende bedrijven wil verminderen. Het Vlaams Belang draagt de vele zelfstandigen, familiebedrijfjes en KMO’s die Vlaanderen bevolken duidelijk een warm hart toe.

Het Vlaams Blok: tegen liberaal uitbuitingskapitalisme en tegen communistische dwangsystemen

De sociale accenten in het huidige programma van het Vlaams Belang mogen dan wel de wenkbrauwen doen fronsen bij sommigen, feit is dat de partij daarmee eigenlijk terugkeert naar de bron. In de eerste jaren van haar bestaan, toen het Vlaams Belang nog Vlaams Blok heette, gaf de partij een programmabrochure uit, genaamd ‘Grondbeginselen. Manifest van het rechtse Vlaams-nationalisme’. Daarin lezen we: Solidarisme is voor het VLAAMS BLOK (de blokletters staan ook in de originele tekst) de waarachtige beleving van de natuurlijke verbondenheid. Deze volksverbondenheid moet door de staat als samenlevingsbasis erkend worden. Het is in wezen een levenshouding, voortspruitend uit het besef van de noodzakelijke solidariteit van de sterkeren met de zwakkeren, met degenen die in nood verkeren of dreigen te geraken, een solidariteit van werknemer en werkgever, van alle beroepen met elkaar.’

We lezen verder dat het nationalisme zich zowel dient te bekommeren om de volksgemeenschap als om de individuele mens. Er wordt gepleit voor een evenwicht tussen enkeling en gemeenschap. En verder: ‘Als solidaristische partij eist het VLAAMS BLOK het herstel van de rechtstaat tegen de dictatuur van partijen, drukkingsgroepen, personen. Als solidaristische partij keert het VLAAMS BLOK zicht tegen het liberalistisch uitbuitingskapitalisme evengoed als tegen de marxistische en communistische dwangsystemen.’ Zowel de rechten van de enkeling als van de gemeenschap moeten gewaarborgd blijven. De enkeling heeft ‘recht op de vruchten van zijn arbeid, recht op bezit en eigendom’.

Het oorspronkelijke programma was dus vrij sociaal, maar het was tegelijk een verhaal van rechten én plichten, want alleen wie presteert, heeft rechten, zo leren we.

Alhoewel het solidarisme ingeschreven stond in de grondbeginselen, werd dit concept niet echt verder uitgediept en uitgewerkt tot een concreet programma. Sociaal bewogen uitspraken kwamen er meestal enkel naar aanleiding van 1 mei-manifestaties, die het Vlaams Blok sinds 1996 organiseerde. Na 9/11, de terroristische aanslagen op de Twin Towers in New York, verdween het sociale programma helemaal naar de achtergrond om plaats te maken voor de strijd tegen de islamisering, die electoraal veel lonender was. Na de veroordeling van het Vlaams Blok in 2004 en de oprichting van het Vlaams Belang in datzelfde jaar ging de partij door op dit elan. Het sociaaleconomisch programma oogde toen eerder liberaal.

Het solidarisme: de organische samenleving

Het solidarisme was geen uitvinding van het Vlaams Blok, maar is ontstaan in de 19de eeuw, als reactie op liberalisme en socialisme. Het is van oorsprong een christelijk concept, maar kende ook niet-christelijke vertegenwoordigers. De katholieke versie van het solidarisme vindt haar basis vooral in de pauselijke encyclieken ‘Rerum Novarum’ (1891) van paus Leo XIII en ‘Quadragesimo Anno’ (1931) van paus Pius XI. De belangrijkste vertegenwoordiger van het solidarisme in Vlaanderen was Joris van Severen, die in de jaren ’30 van de vorige eeuw het Verbond van Dietse Nationaal-Solidaristen, of kortweg Verdinaso, oprichtte.

Kort uitgelegd haalde het solidarisme haar inspiratie uit de Middeleeuwse samenleving. In de gilden, die georganiseerd waren per beroepsgroep, verleenden de leden elkaar onderlinge steun in geval van nood (mutualisme). Kloosters en abdijen verzorgden de zieken in hun hospitalen en deden aan goede werken. Families voedden hun kinderen zelf op en zorgden zelf voor de ouderen. Het klinkt idyllisch, maar uiteraard verliep toen ook niet alles van een leien dakje en was er sprake van machtsmisbruik, zelfverrijking, armoede en ellende. Niet alle kerkelijke oversten leidden een voorbeeldig en godsvruchtig leven, soms verre van. Maar het principe was goed: onderlinge bijstand, solidariteit en naastenliefde, precies het soort van waarden dat het solidarisme beoogt.

Met de Franse Revolutie deden nieuwe ideeën hun intrede: dit was het begin van het liberale tijdperk. De gemeenschap verdween op de achtergrond, terwijl het individu (de enkeling) op een voetstuk werd geplaatst. De gilden werden verboden en religie werd bestreden. Dit had zware gevolgen: gedaan met de onderlinge steun, gedaan met de goede werken. Het individu werd aan zijn lot overgelaten. Zo maakte het liberalisme een einde aan de ‘organische’ samenleving, waarin iedereen zijn plaats had en kon rekenen op solidariteit in slechte tijden. Het is daar dat de natuurlijke verbondenheid in de gemeenschap vernietigd werd en elk lid van de gemeenschap degradeerde tot louter een atoom. Bijkomend zorgde de opkomende industrie voor onmenselijke leefomstandigheden, met ellenlange werkdagen en kinderen die mee moesten gaan werken om te voorzien in het dagelijks brood.

Als reactie daarop ontstond de arbeidersbeweging, die ijverde voor betere werk- en leefomstandigheden. Die arbeidersbeweging werd al snel ingepalmd door het socialisme, dat in sommige landen evolueerde naar communistische bewegingen die staatsgrepen pleegden, waarbij de bevolking onderworpen werd aan collectivistische en totalitaire stelsels. In de meeste West-Europese landen echter werd het socialisme onderdeel van het politieke systeem. Het gevolg daarvan was dat de vroegere ‘natuurlijke’ solidariteit niet meer geregeld werd door de gilden en de kloosters, maar door de staat, die stelselmatig zorgde voor meer sociale voorzieningen, zoals het uitbetalen van werklozensteun en pensioenen. De natuurlijke onderlinge solidariteit werd vervangen door een door de overheid georganiseerde solidariteit, die mettertijd zwaar onder druk kwam te staan, onder meer omwille van massa-immigratie.

Het is eigenlijk cynisch om vast te stellen dat veel liberalen kritiek hebben op de sociale welvaartsstaat en op staatsinterventie, terwijl dit net het resultaat is van het 19de eeuwse liberaal-kapitalisme, met haar hardvochtige mentaliteit en  haar vernietiging van elke vorm van authentieke sociale verbondenheid. Het solidarisme wil zowel een antwoord zijn op het liberaal egoïsme als op de bemoeizucht en de regelneverij van het socialisme.

De Vlaamse Solidaire Vakbond: het Rijnlands model

Solidaristisch kan je het huidige programma van het Vlaams Belang misschien niet noemen, maar een poging tot nadenken over het solidarisme vond wel plaats in de Vlaamse Solidaire Vakbond (VSV). Die ontstond in 2011 uit de ‘vakbondscel’ van het Vlaams Belang, maar wilde niet alleen een vakbond zijn voor Vlaams Belangers. De VSV kwam niet veel verder dan de embryonale fase, daarvoor is de almacht van de traditionele kleurvakbonden te groot.

Vastgesteld werd dat onze sociale zekerheid gebukt gaat onder het gewicht van de jaarlijkse miljardentransfers van Vlaanderen naar Wallonië en de aanhoudende instroom van vreemdelingen. Daarnaast richtte de VSV haar pijlen ook op het internationale grootkapitaal. Logisch, want de kredietcrisis van 2008 zat nog vers in het geheugen.

Vastgesteld werd dat het Rijnlands model, met haar allesomvattende maatschappijvisie, die oog had voor zowel economische als sociale bekommernissen, nog het best het solidarisme benaderde. Het Rijnlands model werkte prima, tot de Amerikaanse president Nixon de goudstandaard losliet en een einde maakte aan het systeem van Bretton Woods. Daardoor evolueerde de West-Europese economie noodgedwongen van het Rijnlands naar het Angelsaksisch model, dat veel liberaler is, veel meer gericht op snelle winst in plaats van continuïteit op middellange en lange termijn en waarvan het financiële systeem steeds verder afdrijft van de reële economie. De vraag is of het solidarisme nog een kans maakt in de gemondialiseerde economie van vandaag.

De VSV is intussen zachtjes ingedommeld, maar het is goed mogelijk dat Tom Van Grieken zich heeft laten inspireren door de werkzaamheden van de prille maar niet tot volle wasdom gekomen Vlaams-nationale vakbond om het Vlaams Belang een socialer profiel aan te meten, al moet de invloed van de VSV wellicht ook niet overschat worden.  

De Vierde Industriële Revolutie: totalitair kapitalisme

Intussen zijn de uitdagingen niet min: met de Vierde Industriële Revolutie doemt het spookbeeld op van een totalitair kapitalisme. Zoals Karel van Wolferen van ‘Gezond Verstand’ het zei in een vraaggesprek met Thierry Baudet: een paar hypermiljardairs wagen zich aan een wereldwijde greep naar de macht. Dit zijn de winnaars van de mondialisering. Dit is de uitkomst van 200 jaar liberalisme. Het is niet voor niets dat lieden zoals de cultuurfilosoof Oswald Spengler, de eigenzinnige solidarist Joris van Severen en de al even eigenzinnige socialist Hendrik de Man honderd jaar geleden al verkondigden dat democratie niets anders is dan de heerschappij van het geld. En dat mag u best letterlijk nemen: aan de top van de piramide staat BlackRock, de grootste vermogensbeheerder ter wereld, een omnivoor die alles opslokt wat het op zijn weg tegenkomt en pleitbezorger voor de ‘Great Reset’ van WEF-voorzitter Klaus Schwab.

Met de Vierde Industriële Revolutie treedt het wereldwijde kapitalistische systeem een nieuwe fase in, met als voornaamste kenmerken een doorgedreven digitalisering van de maatschappij, het vestigen van een compleet vernieuwd financieel systeem en – niet te vergeten – het transhumanisme, of de samensmelting van onze biologische en digitale identiteit. De coronacrisis is het startsein voor de meest ingrijpende veranderingen sinds het ontstaan van de mensheid. De eerste schokken zijn nu al voelbaar. Het eindresultaat zal zijn een totalitaire surveillance-maatschappij, waaraan niet te ontsnappen valt. Hetgeen een aanvang nam in 1789 met de Franse Revolutie, namelijk het stelselmatig vernietigen van onze individuele en gemeenschappelijke identiteit, zal daarmee voltooid worden. Het begrip ‘vrijheid’ zal binnen enkele jaren niet meer dan een herinnering uit lang vervlogen tijden zijn. 

Misschien kan daar eens een 1 mei-manifestatie aan gewijd worden?

2 comments

  1. Knap stuk. Dit verdient absoluut een breder publiek.
    Delen maar op sociale media.

    *

    Private bedrijven, banken en “vermogens beheerders” die kapitaalkrachtiger en dus machtiger zijn dan vele landen en die de macht ook uitoefenen. Een nooit geziene evolutie waarbij weinigen stilstaan aangaande de ingrijpende en nefaste consequenties. Vooral in het licht van de digitale revolutie.

    De echte wereldmacht is het grootkapitaal. De nationale / lokale politieke schijndemocraten zijn slechts de politieke executieve van het grootkapitaal, of het nu liberalen, socialisten, christendemocraten of groenen zijn.
    Er is dus hoop noch hulp te verwachten van deze klassieke politieke partijen, integendeel, want zij vormen een wezenlijk onderdeel van het probleem!

    Er is namelijk geen werkelijke democratie in Europa of het Westen. Het is slechts een oligarchie met een schijndemocratisch schaduwenspel als façade. In de EU is de helft niet eens “democratisch” verkozen!
    Hetgeen de globalistische kapitaals-elites werkelijk bedreigt zijn Nationalistische partijen. Daarom worden deze partijen met alle mogelijke middelen bestreden. Dit alleen al geeft aan dat Nationalistische partijen terechte kritiek uiten en het enigste juiste antwoordt zijn als een noodzakelijk alternatief voor de globalistische dictatuur.

    Dit is een essentieel inzicht, dat het volk – dringend – dient te begrijpen.
    Tenzij men wil ontwaken als lijfeigene in een neo-feodaal, digitaal gecontroleerd, panopticum.

Geef een reactie