Dietse feestdag: Wilhelmus wordt in 1932 volkslied

Het mag als een sterk zinnebeeld voor de eenheid van de Dietse gewesten gelden dat in 1932 “Wien Neerlands bloed door d’adren vloeit” als officieel volkslied werd vervangen door “Wilhelmus van Nassouwe”. Het lied werd  hoogstwaarschijnlijk (…) gedicht door de Frans-Vlaming Peter Datheen en gezongen op de zangwijs van een bestaande melodie, die iets vlotter zingbaar bleek dan het nogal stroeve Neerlands bloed. Misschien iets minder bekend weetje: het Wilhelmus mag trots op zijn door het Guiness Book erkende status van oudste volkslied ter wereld. Jarenlang is gedacht en van mond tot mond ook voortverteld dat de tekst van het lied zou zijn geschreven door  de Antwerpse burgemeester Filips van Marnix van Sint-Aldegonde (1540-1598), maar vandaag wordt als tekstdichter de in Kassel geboren Frans-Vlaming Petrus Datheen (1531-1581) naar voren geschoven, al is het nog steeds met een vraagteken. Die man was om zijn calvinistisch geloof uit zijn geboorteland verbannen en was na een hele reeks omzwervingen een van de leidende theologen geworden in de Hervormde Kerk in de Noordelijke Nederlanden, waar hij partij had gekozen voor de orthodoxe partij. In zijn jeugd leek het nochtans een andere richting uit te gaan. Die had hij in Ieper doorgebracht in een Karmelietenklooster om er tot priester te worden opgeleid. Toen de jongeman met eigen ogen te zien kreeg hoe een jongen van negentien om zijn protestants geloof op de brandstapel terechtkwam, besloot ook hij zich tot dat ‘nieuwe’ geloof te bekeren. Niet bepaald voor de hand liggend in die roerige tijden.

De bekeerling vluchtte de Oceaan over naar Engeland, waar hij werd opgevangen in een Nederlands-protestantse gemeente in Londen. Toen de katholieke Maria Tudor daar de scepter ging zwaaien, werd het de Frans-Vlaming ook in Londen weer te warm en sloeg hij op de vlucht, eerst naar Emden in Oost-Friesland en vandaar naar het toen lutherse Frankfurt am Main. Na Frankfurt kwam Frankenthal, waar hij door de Paltsgraaf tot hofpredikant benoemd werd. Weer in Nederland, werd Datheen voorzitter van de synode van Dordrecht en even later was hij alweer in Gent, waar het in die dagen radicaal-calvinistische stadsbestuur hem tot stadspredikant benoemde. En dan maakt de loopbaan van Datheen alweer rare kronkels. het Wilhelmus niet zo ver meer af. Als een van de twee leiders van de orthodoxe partij, kreeg hij ruzie met… Willem van Oranje, die voor gewetensvrijheid inzake godsdienst was, terwijl Datheen een protestantse overheid het recht ontzegde om Rooms-katholieke kerken te gedogen. Hij belandde een tijdje in de cel en moest de Nederlanden weer verlaten. Hij had zich toen al wel een aardige faam verworven met zijn psalmberijmingen. In sommige streng orthodoxe gemeenten worden die vandaag nog steeds gebruikt, o.a. in Zeeland. En als je Willem van Oranje hebt gekend, zal het wel niet zo’n grote stap zijn geweest van psalm naar loflied op de prinselijke onderdaan van ‘den koning van Hispaniën’. Van Petrus Datheen dus, al zullen we daar wellicht nooit zekerheid over krijgen. Voor de aardigheid druk ik hieronder de vijftiende strofe van het volkslied af:

Vijftiende couplet
Voor God wil ik belijden
en zijner groten macht,
dat ik tot genen tijden
den Koning heb veracht,
dan dat ik God den Heere,
der hoogsten Majesteit,
heb moeten obediëren
in der gerechtigheid.

Geef een reactie