[Boek] Joris van Severen. Op leven en dood, letterlijk. – Luc Pauwels

Nieuwe informatie

Laten we beginnen met een cliché zo hoog als de kathedraal van Antwerpen: geen enkele Vlaamse politieke voorman deed zoveel inkt vloeien als Joris van Severen (1894-1940). Van het bekende ‘Droom en daad’ van Arthur De Bruyne over ‘Une âme’ van Van Severens laatste minnares Rachel Baes tot de volledige reeks jaarboeken van het Studiecentrum Joris van Severen (25 delen ondertussen): het is genoeg om een halve boekenkast mee te vullen. Was nu nog niet alles gezegd en geschreven over de Dinaso-leider? Neen, want biograaf en rasverteller Luc Pauwels weet ook nieuwe informatie te brengen in zijn boek: ‘Joris van Severen. Op leven en dood, letterlijk’.

Magnetische aantrekkingskracht

Vooral de amoureuze escapades van Joris van Severen vormen een blikvanger in dit boek. Van Severen stond in zijn tijd bekend als een rokkenjager die de ene na de andere vrouw verslond. De waarheid is lichtjes anders: hij ging niet achter de vrouwen aan, de dames kwamen bij bosjes naar hem toe. Van nature was Van Severen een schuchter man en eerder onhandig in het versieren van vrouwelijk schoon, maar hij had nu eenmaal een magnetische aantrekkingskracht op de andere sekse. Dat verklaart misschien waarom de zeer katholieke (maar niet kerkelijke) Van Severen niet tot huwen kwam: hij kon niet kiezen. Dàt en zijn rigide beeld van de ideale vrouw.

Sympathie voor het bolsjewisme

Maar laten we het frivole voor wat het is: Luc Pauwels weet ook één voor één de vooroordelen over Van Severen vakkundig te ontkrachten. Was Van Severen een franskiljon? Neen. Was hij een belgicist? Neen. Was hij een fascist? Neen. Wel bleek hij tijdens zijn dienstjaren aan het Ijzerfront een vurige bewonderaar van het bolsjewisme, dat in Rusland met Lenin en Trotski aan de macht kwam. Weinig verwonderlijk: de arme drommels die vier jaar lang ploeterden in het slijk van de IJzervlakte en die de voortdurende dreiging van dood en verderf ondergingen waren de oorlog beu. Ze waren niet alleen het slachtoffer van krijgslustige generaals en laffe politici, maar ook van bankiers, staalbaronnen en wapenfabrikanten die zich zonder scrupules verrijkten over de rug van de onfortuinlijke piotten. Men zou voor minder beginnen dromen van een revolutie, zelfs van een communistische. Deze jongens wisten natuurlijk nog niets van de gruwelen die gepaard gingen met het bolsjewistische bewind. Ook Van Severen kon dat niet weten. Niet lang na de oorlog nam hij afstand van het bolsjewisme. Lenins concept van de kaderpartij hield hij wel nog lange tijd aan.

Antisemitisme?

Eén van de vooroordelen over Joris van Severen gaat over het echte of vermeende antisemitisme van zijn organisatie, het Verdinaso (Verbond van Dietse Nationaal-Solidaristen). Luc Pauwels behandelt slechts kort dit onderwerp. Ja, er verschenen wel eens antisemitische stukjes in de Dinaso-pers, maar de auteurs werden uiteindelijk aan de deur gezet wegens onhandelbaar of verdwenen vanzelf uit het Verdinaso. De verschillende brochures met het algemene programma van het Verdinaso reppen overigens met geen woord over de Joden en ook bij Van Severen zelf valt er weinig over te vinden, zelfs niet in zijn dagboeken. Rekening houdende met de tijdsgeest kwam het thema nauwelijks aan bod binnen het Verdinaso. Wel wenste het Verdinaso dat de integriteit van het volk der Nederlanden niet werd aangetast door vreemdelingen.

Dat weerhoudt een journalist zoals Walter Pauli van het weekblad Knack er niet van om het Verdinaso mordicus te beschuldigen van antisemitisme. Hij verwijt Luc Pauwels daar niet op in te zoomen. Deze laatste maakt er geen gewag van in zijn boek, maar op de officiële boekvoorstelling in Gent schudde Luc Pauwels een leuke anekdote uit zijn mouw: de vader van het Belgische antisemitisme is de Waalse socialist Edmond Picard, die in 1893 een ‘Synthese d’ antisémitisme’ schreef. Zoom dààr eens op in, Walter! De Knack zou op slag pakken interessanter worden!

Coöperatieve banken

Het sociaaleconomische vraagstuk daarentegen was wèl een thema dat regelmatig de nodige aandacht genoot in de Dinaso-pers. De beurscrash van 1929 mondde uit in een kanjer van een crisis en daarbovenop deed het faillissement van de socialistische Bank van de Arbeid in 1934 het spaargeld van vele arbeiders in rook opgaan, met alle armoede en ellende van dien. Om dit soort van onheil voortaan te vermijden stelde Joris van Severen voor om het economische leven te organiseren volgens beroepen en bedrijfstakken. De aldus ontstane corporaties moesten beschikken over eigen banken, met de bedoeling het geld in de eigen gemeenschap te houden en dus uit de klauwen van anonieme en vaderlandsloze kapitalisten, of zeg maar de globalisten van toen. Het idee van coöperatieve banken was beslist niet origineel: de Duitser Friedrich Wilhelm Raiffeisen richtte in 1864 zo een bank op om de door woekeraars geplaagde boeren van krediet te voorzien. In België en Nederland kenden we respectievelijk de Cera- en de Rabobank. Het is kenschetsend voor Joris van Severen om met dit idee voor de dag te komen. Hij besefte immers zeer goed dat naast het afbakenen van de eigen landsgrenzen onafhankelijkheid ook betekent het volledig beschikken over de uit eigen arbeid gewonnen financiële middelen.

De ‘hogere kringen’

Met de oprichting van het Verdinaso verwijderde Van Severen zich stilaan van het traditionele Vlaams-nationalisme. Hij verweet de Vlaamse Beweging geen ‘plan’ te hebben om de macht te veroveren en hekelde haar ‘spontaneïsme’. Van een ‘volks’ Dietsland-begrip (Vlaanderen, Nederland en Frans-Vlaanderen) evolueerde hij naar een zo groot mogelijk herstel van de historische Nederlanden, wat in de praktijk de stichting van een soort Benelux betekende. Dit had helemaal niets te maken met opportunisme, wel met voortschrijdend inzicht. Het huidige gebied dat we Vlaanderen noemen is eigenlijk een product geboren uit de Belgische realiteit. Van Severen zag in dat het nutteloos was om tegen deze realiteit storm te lopen. Beter was het om de macht te veroveren in België en Nederland om zo de realiteit te overstijgen.

Deze zienswijze én zijn conservatieve gedachtegoed wekten de aandacht van een aantal persoonlijkheden uit de adel, het politieke establishment én zelfs de nauwe kring rond Leopold III, wiens maag keerde van het schabouwelijke politieke schouwspel van de jaren ’30. Diverse vooraanstaande persoonlijkheden traden in verbinding met het Verdinaso en een deel onder hen werd geheim lid (de lijst van deze leden nam oud-Dinaso Jef Werkers mee in zijn graf). Via mantelorganisaties zoals het Verbond voor Nationale Zelfstandigheid en de Vereniging Belgie-Nederland-Luxemburg mobiliseerde het Verdinaso de ‘hogere kringen’ voor haar ideaal. Jammer genoeg gooiden de Duitse inval en de haast mythische dood van Van Severen roet in het eten. Zou de Dinaso-strategie op termijn efficiënter zijn geweest dan de zoveelste partijpolitieke poging van het Vlaams-nationalisme? We zullen het nooit weten.

‘Je déteste les hitlériens’

Luc Pauwels’ boek is echter meer dan een biografie. Regelmatig maakt de auteur zijsprongetjes om de bredere context te schetsen. Zo biedt hij de lezer een introductie aan in de Conservatieve Revolutie, een stroming die zich kantte tegen de ideeën van de Franse Revolutie en de ideologieën van de maakbaarheid, namelijk het socialisme en het liberalisme. Van Severen erkende weliswaar bepaalde verwezenlijkingen van het fascisme en het nationaal-socialisme (dat deed Winston Churchill ook), maar hij haalde zijn inspiratie toch vooral bij de jong-conservatief en oud-officier Arthur Mahraun en zijn beweging, de Jungdeutscher Orden. Overigens liet Van Severen ooit optekenen dat hij het nationaal-socialisme verafschuwde (‘Je déteste les hitlériens’). Die afkeer was wederkerig, zo blijkt uit Duitse documenten. Maurits Cailliau, de drijvende kracht achter het Studiecentrum Joris van Severen, wijdde er een artikel aan in het 23ste jaarboek.

Het roodlederen koffertje

Is dit boek nu de definitieve biografie van Joris van Severen? Het bevat alleszins een synthese over alles wat we tot nu toe weten over Van Severen. Eén bron van informatie blijft voorlopig nog onaangeroerd. Kenners weten waarover het gaat: het roodlederen koffertje dat Rachel Baes, de surrealistische kunstenares en laatste minnares van Joris van Severen, achterliet en dat pas op 25 mei 2033 (vijftig jaar na haar dood) mag worden geopend. Dàn pas zullen we àlles weten over de Dinaso-leider.

En och, laat Walter Pauli en andere broodschrijvers maar gif spuien over Van Severen en het Verdinaso: wanneer zij er al lang niet meer zijn, schittert Van Severens ster nog steeds boven de Lage Landen. Amen!

——-

Joris van Severen. Op leven en dood, letterlijk.
Luc Pauwels
2021, Nederlands – Doorbraak Boeken
530 bladzijden
€ 39,99

Hier te bestellen: Doorbraak Boeken
Voor meer informatie: Studiecentrum Joris van Severen

3 comments

  1. Ja, ja we kennen die gif spuiters, ze willen blanker dan blank zijn om een wit voetje te halen bij de mannen en vrouwen van de macht. Op school waren ze al de ‘mouwfrotters’ van de machtigen en verraad was hun geliefkoosd wapen.

Geef een reactie