Boekbespreking: Die onze geboeiden waren

Hulde aan de vrouw in de Vlaamse Beweging

Hector van Oevelen: wie in de Vlaamse Beweging kent hem niet? Steevast keurig uitgedost duikt hij op op 11 juli-vieringen, IJzerwakes, Zangfeesten en andere activiteiten waar Vlamingen bijeenkomen om hun volksverbondenheid te vieren. Reeds jarenlang brengt hij verslag uit van al wat leeft in de Vlaamse Beweging. Momenteel schrijft hij onder meer voor React, maar Hector staat vooral bekend als de ‘Hofdichter’ van ’t Pallieterke. Ook schreef hij een eerbiedwaardig aantal ‘In Memoriams’ bij elkaar. Daaruit selecteerde hij er een aantal om te bundelen in ‘Die onze geboeiden waren, bedenkingen bij herdenkingen’.

Verwacht geen overvloed aan Vlaamse ‘groten’. Die komen ook wel voor in het boek, maar het is toch vooral de ‘kleine man’ die de aandacht van de lezer trekt. En ook de ‘kleine vrouw’ wordt niet vergeten. Meer zelfs: Hector van Oevelen begint zijn boek uitdrukkelijk met enkele ‘kleine en minder kleine’ vrouwen uit hulde aan ‘die duizenden en duizenden eenvoudige Vlaamse vrouwen, voor wie de bevrijding ver van een bevrijding is geweest’, maar die mee aan de basis lagen van de heropstanding van de Vlaamse Beweging na de Tweede Wereldoorlog. Zeg nu nog eens dat rechtse rakkers als harteloze macho’s vrouwen alleen maar kunnen kleineren.

Metapolitiek op hoog niveau

Het boek zou onderverdeeld kunnen worden in categorieën. Eén van die categorieën behelst personen die een hoge positie bekleedden die hen in de mogelijkheid bracht om zonder complexen voor Vlaanderen te ijveren. Een naam die vooral bij oudere lezers een belletje zal doen rinkelen is ongetwijfeld Clem De Ridder, oud-voorzitter van het Davidsfonds, dat vroeger strijdvaardig Vlaams was, niet in het minst door de onvermoeibare inspanningen van De Ridder zelf. Hij was de drijvende kracht in de strijd tegen het rampzalige Egmontpact (1977). We zien het de huidige Davidsfondsvoorzitter hem nog niet nadoen.

Andere namen in deze categorie zijn onder andere Guido van Gheluwe (sekretaris-generaal van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, stichter ‘Orde van de Prince’), Bert Pelckmans (de Nederlandsche Boekhandel) en Rik Mannaerts (Kredietbank, Bond van Grote en Jonge Gezinnen). Hetgeen zij van werk verrichtten voor de Vlaamse Beweging is metapolitiek op hoog niveau. Men kan zich de vraag stellen of de toplaag in Vlaanderen nog wel bezig is met Vlaamse natievorming, of telt voor de CEO’s en managers van vandaag enkel maar het aanbidden van het gouden kalf?

Geestelijken

Een andere categorie in Van Oevelen’s boek zijn de geestelijken. Opvallend is dat het vooral gaat om geestelijken die lijnrecht ingingen tegen de heersende sfeer tijdens de jaren van repressie. Eén van hen was zelfs bisschop. Een mooi verhaal is dat van Pater Longinus, die op afroep van zijn oversten als aalmoezenier in het concentratiekamp van Lokeren – waar na de oorlog veel collaborateurs hun straf moesten uitzitten – terecht kwam. Niet van ganser harte, want Pater Longinus was Engelsgezind en fel anti-Duits, maar hij vond dat hij zijn plicht moest doen, ook voor de collaborateurs. Het duurde echter niet lang of zijn tegenzin sloeg om in warme barmhartigheid, want – zo ondervond hij zelf – de meeste gevangenen waren onschuldig of slechts licht schuldig.

Het valt op dat het katholieke geloof wel een heel belangrijke rol speelde in de Vlaamse Beweging. Hoe men daar vandaag ook over denkt: het geloof bleek voor heel wat Vlamingen een troost in bange dagen. Het is niet aan ons om daar over te oordelen: het heeft velen groter gemaakt.

Oostfronters en weerstanders

Ook een hele resem Oostfronters komt aan bod. Voor de vuist weg: Jaak Smets, Rik de Meester, Theo Elewaut, Fons Janssens, René Wenmeekers, Herman Appels… Allemaal fanatici met een verbeten trek rond de mond? Zoals ik ze gekend heb niet: eerder waren het stuk voor stuk goedlachse en levenslustige bourgondiërs, weliswaar met principes waar ze geen duimbreed van afweken. Dat blijkt ook meermaals uit de stukjes van Hector van Oevelen.

Doch niet enkel Oostfronters vinden hun weg naar ‘Die onze geboeiden waren’: ook weerstanders krijgen een plaats in deze bloemlezing. De Vlaamsgezinde E.H. Jaak Jacobs (weer een geestelijke) hielp joodse kinderen onderduiken. De Vlaamse Beweging is inderdaad een huis met vele kamers.

Onvergetelijk is de gewapende weerstander Aloïs Verbist, die zich na de oorlog schaarde achter de amnestie-eis, waarvoor hij zelfs in hongerstaking ging. De dappere man, die met gevaar voor eigen leven de Duitse bezetter bestreed, wist veel beter dan laffe politici dat er na al het leed van de oorlog en de na-oorlog ook een tijd voor amnestie en verzoening moest komen.

De ‘Naaiskool’

Natuurlijk haalt Hector van Oevelen enkele figuren aan uit zijn tijd in de ‘Hogere Naaiskool’, ook wel ’t Fanfarke genoemd. De ‘Naaiskool’ bevond zich op de eerste verdieping boven het bekende café De Raaf in de Antwerpse Lange Lozanastraat. Het was de thuisbasis van de ‘Keurvorstelijke Harmonie ’t Fanfarke, Maatschappij voor Vertier en Kunst’ (in die volgorde, volgens Van Oevelen). Deze fanfare luisterde menige Vlaamse avond op met haar welluidende (hoor ik daar iemand schamper kuchen?) klanken. Ik meen me nog te herinneren dat Hector Van Oevelen zelf op een Sporenherdenking van Voorpost een ode aan Europa ten beste bracht… op een triangel.

Eén van de stamgasten van de ‘Naaiskool’ was Herman Geerts, aan wie ook een In Memoriam is gewijd. Geerts schreef net als Van Oevelen voor ’t Pallieterke, waarin hij de onvermoeibare auteur was van de satirische bijdragen op bladzijde 16 (de laatste bladzijde), ook wel de kolderbladzijde genoemd. Daar leverde hij week na week zijn soms ronduit hilarische bijdragen onder het pseudoniem L.C. Cothvoghel. Dikwijls bleef hij met Hector tot een stuk in de nacht borrelen, tot die ene fatale nacht dat hij een ongelukkige val maakte in zijn geliefde ‘Naaiskool’.

Onuitputtelijke lijst

Talrijke namen passeren de revue: Juliake De Caluwé (klein maar dapper), Maria Taeymans (was er altijd graag bij), Ivan Mertens (de bezieler van Vlaanderen Vlagt), Bob Hulstaert (oud-ADJV’er en pionier van het Vlaams Blok) en vele anderen. Het is fijn om nog eens herinnerd te worden aan al die mensen, vrienden en kameraden. Persoonlijk miste ik nog namen zoals Jürgen Cauwenberghs (VNJ’er, stichter van de Vlaamse Jongeren Mechelen en veel te vroeg gestorven) en ‘tante’ Gusta Verhaegen (harde werkster, in haar laatste levensjaren zeer bedrijvig bij Voorpost). De lijst met namen die het tijdelijke voor het eeuwige wisselden is natuurlijk onuitputtelijk. Misschien iets voor een volgende uitgave? Maar dan liefst met een personenregister achteraan in het boek. Dat maakt het opzoeken gemakkelijker.

Bestellen kan hier: Door overschrijving van €18, portkosten inbegrepen, op rekening BE39 8801 9852 7119 van Hector van Oevelen, Ster 31 9100 Nieuwkerken, met vermelding van naam en adres.

3 comments

  1. Eind juni 1940 beëindigde het Franse staatshoofd Pétain de vijandelijkheden met Duitsland. Prompt volgde de Belgische regering, Pierlot, Spaak, Vanderpoorten het Franse voorbeeld. Als de vijandelijkheden beëindigd zijn tussen Duitsland en België (zomer 1940) dan zet men de deur virtueel open voor een legale collaboratie (sic). De Belgische regering ondernam zelf vruchteloze pogingen om vanuit Frankrijk terug te keren naar België. Maar Hitler en Leopold III zagen er de opportuniteit niet van in. Emigreren naar Engeland was dan weer geen optie voor het trio. De valiezen vol met Belgisch belastinggeld besloten ze het beste van te maken in Vichy Frankrijk. Een handvol politici waaronder Albert De Vleeschauwer en Camille Gutt (Israéliet) zochten wel hun heil in Londen en werden onder druk gezet door Churchill om minstens de premier en de minister van Buitenlandse Zaken te overhalen naar Engeland over te komen. Als ultiem middel, dreigde hij met Congo af te nemen als Belgische kolonie. Pierlot en Spaak haalden bakzeil en in oktober 1940 maakten ze aanstalten om Frankrijk te verlaten en zich ter beschikking te stellen van Winston Churchill in Londen. Het zijn de Engelsen die in belangrijke mate de regie gestuurd hebben voor de latere repressie in bezet Europa. Idem dito voor de aanslagen die het verzet pleegde op ongewapende collaborateurs en hun familie. Althans blijkt luidens de lectuur die ik kon raadplegen. Vanaf de bezetting tot 23 juni 1941 genoot de Waalse communisten führer Julien Lahaut het voorrecht vrij te kunnen toeren met de auto in België, dank zij het Molotov-Ribbentrop pact.
    De Waffen-SS. In hun hoedanigheid van reguliere soldaten waren ze beschermd door het Verdrag van Geneve. Bij gevangenneming moesten zij als krijgsgevangen behandeld worden. De executies en schijnprocessen uitgevoerd lastens de Belgische overheid zouden dus normaliter het verdrag van Genève schenden en aldus te assimileren zijn met oorlogsmisdaden. Kwamen al die elementen tijdens de procesvoering ter sprake op de krijgsgerechten? Werd er rekening mee gehouden?

  2. Graag gedaan, Hector. ‘Die de geboeiden waren’ heeft me aangenaam verrast. Buiten tante Gusta zijn er ongetwijfeld nog ontelbaren die een plaatsje verdienen in dit boek. Misschien een volgende keer. Houzee!

  3. Dank voor de lovende woorden, Wim, en ik neem ook graag akte van de onderbouwde kritische noot. Wat de in mijn boek ‘vergeten’ Gusta betreft, deze overal in de Vlaamse Beweging aanwezige charmante en dienstbare dame, die meestal ‘van dienst’ was, is overleden toen ‘Die onze geboeiden waren’ reeds geruime tijd naar de uitgeverij was gestuurd om gedrukt en uitgegeven te worden. Vandaar dat zij er geen plaats meer in kon krijgen, hoewel zij dat zeker dubbel en dik verdiend had wegens haar tomeloze inzet voor Vlaanderen-ons-Vaderland. Vlaamse groet, Hector.

Comments are closed.