Ode aan snode mestkever

Jij wentelt je wellustig, kever, in de mest.
Dat wekt bij politicasters wrange weerzin op.
Omdat jij van die lui de appetijt verpest,
krijg jij wel eens een lelijk scheldwoord naar je kop.

Dat jij door hen bezwadderd wordt, het deert je niet.
Je doet wat moet en doet dat zonder om te zien:
opruimen wat een ander schepsel achterliet.
Je wordt erom beschimpt, geminacht bovendien.

Terwijl je onverdroten voort je mestvracht sjouwt,
is hoon om ’t vlijtig werk dat je presteert, je loon.
Je krijgt zowaar een schutkring om je heen gebouwd
en daarbij steekt de een de ander naar de kroon.

Ik bouw niet aan die schutkring mee maar, vlijtig ding
dat afgaat op je doel en daarbij niet verpinkt,
ik schiet mijn schimpscheut af als een belediging
naar wie, zelf in de mest, niet doorheeft dat hij stinkt.

2 comments

  1. ik ben een Mestkever en daar ben ik fier op want het is inmiddels gepromoveerd tot een “Geuzennaam”

    Like

Reacties zijn gesloten.