Vlaanderen besmet in pre-virologische tijden

Ons vaderland, Vlaanderen dus, beleefde tussen 1315 en 1317 een politieke crisis, die tot overmaat van ramp nog werd verscherpt door een rampzalige gezondheidscrisis. Hoewel er in die late middeleeuwen nog geen sprake was van Ranstverschijnselen of andere virologische fenomenen, zijn onze voorzaten die crisisjaren toch te boven gekomen, hoewel zij er wel een heel zware tol aan verloren mensenlevens voor betaald hebben. Volg met mij de actualiteit aan de hand van dat verre verleden, dat u wellicht zelfs ook een relativerende kijk op klimaatverandering kan opleveren. In de eerste jaren van de dertiende eeuw hadden onze gewesten een gunstig klimaat gekend, maar in 1224 sloeg het weer drastisch om, wat al sinds 1197 niet meer was voorgevallen. Een van de dramatische gevolgen daarvan was een stijging van de levensduurte, die hoofzakelijk te wijten was aan de voedselprijzen. Niet gespeend van gevoel voor dramatiek schreef daarover de schepenklerk en kroniekschrijver Jan van Boendale (ca. 1280 – ca. 1351) dat ‘in het jaar onzes Heren 1315 begonnen de drie plagen die voor altijd in ons geheugen zullen blijven, die God op de mensheid heeft laten neerdalen.

De eerste plaag was de regen, die begon in de maand mei en een jaar lang viel, zodanig dat de oogst en het graan verloren waren. Zonder onderbreking volgde de tweede plaag nog tijdens datzelfde jaar, de verschrikkelijke levensduurte. Ik wil dat u weet dat zulke dure tijd niet meer was gezien sinds Adam door God uit het aards paradijs werd verjaagd. Niet alleen brood, maar alle voedsel was zo duur dat men nooit op aarde zoiets had meegemaakt. — Het volk verkeerde in zulke nood dat ik het u niet kan vertellen. De kreten die men de mensen hoorde slaken, hadden een steen kunnen ontroeren, terwijl zij daar lagen in de straten vol wee en groot geklaag, opgezwollen door honger en stervend van armoede, zodat men ze in groten getale, soms met zestig tegelijk in een put smeet. Zo heeft God de mensen op aarde gestraft voor hun zonden. De derde plaag, groot en kwalijk, kwam in het volgende jaar. Dat was de pest die elkeen trof, rijk of arm, want niemand was gezond genoeg dat hij kon ontsnappen aan de dood in die tijd… Het werd gezegd dat een derde van het volk stierf. Dansen, spelen, zingen, alle plezier werd in die dagen verboden’.  (Vlaanderen in  de middeleeuwen – David Nicholas).

Er werd in die tijd voor het eerst iets anders dan luxe verscheept van Zuid- naar Noord-Europa, voegt David Nicholas daaraan toe. De galeien van de Italiaanse handelaars voerden massaal graan naar Vlaanderen en de magistraten van Brugge verkochten dat tegen kostprijs aan hun burgers en vervolgens ook aan anderen. Niet meer dan een druppel op een hete plaat. Toen daar nog de pest bovenop kwam, moesten in datzelfde Brugge 2.000 lijken van de straten worden opgeraapt en in massagraven geworpen. In Ieper waren er dat nog meer: 2.800. De bevolking slonk door deze ramp met respectievelijk 5 en 10 procent. In de reeks lijvige boeken over de geschiedenis van Antwerpen door Floris Prims (1882-1954) lees ik dat de Scheldestad door dezelfde kwalen geteisterd werd, maar hij verwijst daarbij naar een ‘brandende komeet’ die in oktober 1314 in het uitspansel met de staart naar het westen, met voormelde zondvloed tot gevolg, zodat half mei de beemden onder water stonden en zomerkoren verdronk. Er was even beterschap, maar tegen oogsttijd kwam er een nieuw ‘regentij zonder genade’, waardoor het gras verdronk en het koren rotte op het veld.

Prims heeft het over Lodewijk van Velthem (ca. 1260/75 – ca. 1317), die op zijn toch van Ryen naar Antwerpen de haverschoven zag vlotten op de  blank staande velden. In de streek van Leuven zelfde ellendige toestanden en verdronken oogsten. Bij Prims wordt nog de niet onbelangrijke toelichting gegeven dat het dure koren zo goed als geen voedingswaarde meer had: ‘men kon er zich niet bij verzadigen’.  Lezers die in deze barre tijden te klagen hebben over die hemeltergende opwarming van de aarde, zou ik durven aanraden dit historisch stukje proza over het ‘regentij zonder genade’ in middeleeuws Vlaanderen nog eens rustig te herkauwen en – wie weet – misschien raken zij het dan wel eens met die typische volkswijsheid “’t Is overal iets: het een is ’t een en ’t ander is ’t ander”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.