Het Belgische establishment deel 2: De lakeien van de Wetstraat

In de eerste aflevering over het Belgische establishment zagen we wie de absolute baas is in België: op kop het koningshuis natuurlijk, met de almachtige Jacques van Ypersele de Strihou als centraal brein en met topfiguren als Etienne Davignon en Maurice Lippens in de voorhoede. Voorts zijn er nog de immer aanwezige adel en het grote geld: de captains of industry, een reeks invloedrijke topindustriëlen. De Kerk, nog altijd gezagsgetrouw aan de monarchie, sluit het rijtje af. In deze aflevering zakken we een beetje af in de hiërarchie en zien we hoe de belangrijkste massaorganisaties in dit land onder één hoedje spelen met het establishment. Ook neuzen we eens rond in de ‘klassieke’ partijen; de CD&V, de SP.a en de Open-VLD.    

 

De sociale partners

Deze groep uit het establishment bestaat aan Vlaamse zijde uit het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), de drie vakbonden ACV, ABVV en ACLVB, de zelfstandigenorganisatie UNIZO en de Belgische Boerenbond. Samen met hun Waalse tegenhangers vormen zij de ‘Groep van tien’. De Vlaamse werkgeversorganisatie Voka, de opvolger van het Vlaams Economisch Verbond, maakt geen deel uit van deze groep (Voka maakt wel deel uit van de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen, de SERV, het advies- en overlegorgaan van de Vlaamse sociale partners), maar vormt wel het doelwit van recuperatiepogingen van het establishment op federaal niveau. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zitten de sociale partners geregeld rond de tafel om de verhoudingen tussen de bedrijven en hun personeel aan te passen aan de sociaaleconomische situatie. Dat vormt op zich geen probleem, maar volgens Ballegeer komen de sociale partners ook regelmatig samen met kabinetschef des konings Jacques van Ypersele om  zich te buigen over de toekomst van België; alleen jammer dat de auteur ons daar niet meer informatie – zeker betreffende de vakbonden – over kon verschaffen. Maar toch: wie het politieke schouwspel goed gadeslaat, zag in september 2010 hoe de samenwerking tussen het Hof, de werkgevers en de werknemers effectief leidde tot actie. In combine met Di Rupo stuurde het Hof de sociale partners het veld in om stokken in de wielen van een verregaande staatshervorming te steken. Maar, en dat leek even een teken aan de wand, de aanval liep niet zoals gepland, want ACV’er Luc Cortebeeck zag het deze keer niet zitten om van leer te trekken tegen het Vlaams-nationalisme en UNIZO en de Boerenbond waren alvast wél gewonnen voor een herziening van de financieringswet. Daarentegen vervulde Thomas Leysen, op dat moment VBO-voorzitter, zijn rol met glans. De werkgeversbaas vond het nodig om te waarschuwen voor escalerende sociaaleconomische problemen als het communautaire gekibbel nog lang zou aanhouden. Leysen, opvolger van zijn vader André aan het hoofd van de Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM, tegenwoordig Corelio), is de man die de AVV-VVK-krant De Standaard een anti-Vlaamse koers oplegde. Het ziet er naar uit dat Leysen, die onder meer ook nog eens voorzitter is van Umicore, zich dankzij zijn inspanningen voor het vaderland binnenkort baron mag noemen.

 

De vakbonden

actieabvv01Over de werknemerszijde van de sociale partners – de vakbonden – kunnen we kort zijn: die hebben zich knus genesteld binnen het establishment en bedienen zich lustig van het manna dat hen ter beschikking wordt gesteld. De gevestigde machten hebben hun les goed geleerd: om de macht te verwerven en – in dit geval – te behouden, is het van groot belang de massa en de organisaties die haar vertegenwoordigen te neutraliseren. Ondertussen zijn de vakbonden zo machtig dat ze regeringen maken… of kraken. Veel van hun topfiguren maken later carrière in de politieke arena, waar zij zich ontpoppen als de trouwste bondgenoten van het Belgisch establishment: het bekendste voorbeeld is Jean-Luc Dehaene. De belangrijkste taak van de vakbonden is om moord en brand te schreeuwen wanneer Vlaams-nationalisten een vinger uitsteken naar de federale sociale zekerheid: alsof er in Vlaanderen geen sociale zekerheid kan bestaan! Maar wist u ook dat ACV en ABVV in de jaren ’60 en ’70 via hun spaarkassen, dus met het spaargeld van het Vlaamse werkvolk, voluit meededen aan de grondspeculatie in Brussel en op die manier de verfransing van de hoofdstad mee in de hand werkten? Een winstgevende episode uit de geschiedenis van de vakbonden die hopelijk nog eens uitgespit wordt! Voor de Vlaamse socialistische zuil komt daar nog bij dat ze niet zonder de steun van het machtige Waalse socialisme kunnen.

 

Gedienstige Vlamingen

Wanneer de Vlamingen in de jaren ’60 het economische overwicht in België dreigen te veroveren, begrijpt het establishment dat het de belangrijkste spelers in Vlaanderen voor zich moet winnen. Niet gewoon van om te gaan met macht bezwijken de meeste Vlaamse vooraanstaanden onder het gewicht van de weelde en de uitstraling van de sjieke Franstalige milieus waar ze door worden opgeslorpt. Dit gaat zo ver dat een Vlaming als de industrieel André Leysen, die tijdens de oorlog niet vies was van de Duitse taal, naar eigen zeggen enkel maar Frans praat met zijn al even Vlaamse kleinkinderen. Of wat te denken van de Vlaming Axel Vervoordt, een steenrijke antiquair met een ultra-decadente levensstijl, die in zijn kasteel in ’s Gravenwezel Franstalige concerten inricht, waarbij hij zijn ex-klasgenoten, tot hun grote verbazing, verwelkomt in het Frans!? Maar niet enkel economische reuzen worden geviseerd, ook politici worden in het bad getrokken.

 

Mark en Willy

markeyskensZo is er Willy Claes, de socialist die het schopte tot secretaris-generaal van de NAVO, dankzij het lobbywerk van de al genoemde topadvocaat Jean-Pierre De Bandt, die goede relaties onderhoudt met de opeenvolgende Amerikaanse ambassadeurs in België. Claes geraakt goed ingeburgerd in het establishment wanneer hij in 1981 als minister van Economische Zaken akkoord gaat met een fusie van de Luikse staalindustrie met die van Charleroi. De nieuwe onderneming, Cockerill-Sambre, levert enorme winsten op voor de industriële tycoon Albert Frère en zijn staalhandel Frère-Bourgeois, die instaan voor de commercialisering van de producten ervan. Claes, die een goede relatie met het Hof onderhoudt, dringt er bij koning Boudewijn ook op aan om Albert Frère in de adelstand te verheffen; allesbehalve een socialistische bezigheid. Ondertussen is Frère baron. Claes raakt betrokken bij de belgicistische Coudenberggroep – waar ook De Bandt lid van is – en steekt stokken in de Vlaamse wielen bij communautaire onderhandelingen. Zo ook in 2005, toen de splitsing van BHV op het programma kwam: het establishment stuurde Claes erop uit om met persoonlijke interventies de onderhandelingen te beïnvloeden ten nadele van de Vlamingen. Wie zich ook nog thuis voelt in de ‘hogere kringen’ is de christendemocraat Mark Eyskens: ondanks zijn virtuoos gebruik van de Nederlandse taal en zijn besef van de Franstalige kuiperijen kijkt Eyskens steeds de andere kant op en vertikt hij het om de Vlaamse publieke opinie te waarschuwen wanneer er gevaar dreigt. Hij was lid van de eerste raad van bestuur van de Koning Boudewijnstichting en vertoeft ook in de elitaire middens van de Cercle de Lorraine. Bij communautaire kwesties wordt burggraaf Eyskens steevast van stal gehaald om in de media het Vlaams-nationalisme te bestrijden, waarbij hij waarschuwt voor allerlei rampscenario’s wanneer België zou barsten.

 

Exit Van den Brande

Een partijgenoot van Mark Eyskens, Jean-Luc Dehaene, maakte zelfs deel uit van een belgicistisch complot tegen Luc Van den Brande, Vlaams minister-president van 1992 tot 1999 en net als Eyskens en Dehaene lid van de… CD&V! Van den Brande poogde een Vlaamse koers te varen met de Vlaamse regering door eigen klemtonen te leggen: de verankering van Vlaams kapitaal in sleutelsectoren, een sterke nadruk op de band met Nederland en het uitbouwen van een eigen Vlaams netwerk als aanzet tot een Vlaamse elite. Met het oog op de zevenhonderdste verjaardag van de Guldensporenslag richtte hij ‘Vlaanderen-Europa 2002’ op, dat tot doel had Vlaanderen bekend te maken in Europa. Zijn pleidooi voor meer Vlaamse bevoegdheden zette kwaad bloed bij het Hof: koning Boudewijn tikte hem daarvoor op de vingers en Jacques van Ypersele zorgde ervoor dat Van den Brande, naar jaarlijkse gewoonte, op 11 juli niet meer werd ontvangen door de koning.  Jean-Luc Dehaene zorgde voor de volgende stap in de liquidatie: de VLD won de federale verkiezingen van 1999, maar de CD&V bleef wel de grootste partij in het Vlaams Parlement, waardoor Van den Brande in principe minister-president kon blijven. Toch maakte Dehaene bekend dat de CD&V in de oppositie ging: exit Van den Brande dus. VLD’er Patrick Dewael, een andere figuur van het establishment, mocht de job afmaken: als nieuwe minister-president bergde hij de Vlaamse plannen van zijn voorganger op en degradeerde hij ‘Vlaanderen-Europa 2002’ tot een veredelde pensenkermis.

 

Voor wat hoort wat

EU-graaicultuur: Dehaene vlucht weg van cameraDehaene, die afkomstig is uit het ACW, werd in 2001 door Verhofstadt voorgedragen als ondervoorzitter van de Europese Conventie, een werkgroep die zich bezighield met de toekomst van de EU en de voorbereiding van een Europese grondwet. Volgens het lemma over Dehaene op Wikipedia ’tot verrassing van velen’, maar het voorgaande werpt een heel ander licht op de zaak. Dehaene, die momenteel Europees parlementslid is, ontpopte zich met de jaren tot een typische establishmentsfiguur. Eind 2009 werd hij aangesteld tot koninklijk opdrachthouder om een oplossing te zoeken voor BHV; opdracht waarin hij jammerlijk mislukte, met uiteindelijk de val van de regering Leterme II tot gevolg. Begin 2011 kwam hij nog in het nieuws middels een brief van enkele captains of industry, die in een brief aan de regering van lopende zaken aandrong op een geloofwaardige begroting voor 2011. Ten gevolge van de politieke instabiliteit zouden de goede resultaten van 2010 wel eens teniet kunnen gedaan worden, zo luidde de teneur, met de duidelijke hint om snel-snel een regering in elkaar te boksen en de communautaire problemen opzij te schuiven. Onder de medeondertekenaars volgende usual suspects: Paul Buysse, Etienne Davignon en Albert Frère. 

 

Herman De Croo: het Vlaams-nationalisme is een mentale handicap

Vooral liberalen lijken bijzondere inspanningen te leveren om zich te laten aanvaarden door het estabishment. Te beginnen met Herman De Croo, vader van de vorige Open VLD-voorzitter, die zich steeds voordoet als een vriend des volks, maar schijn bedriegt: hij is goed thuis aan het Hof en spreekt beter Frans dan Nederlands. In 2007 laat hij zich in De Morgen ontvallen dat het Vlaams-nationalisme ‘een mentale handicap’ is. Een jaar later verschijnt van zijn hand het nietszeggend, tweetalige brochuurtje ‘België barst? Vragen aan de separatisten’. Verder is er Mathias De Clercq, kleinzoon van de in 2011 overleden burggraaf en Gents liberaal Willy De Clercq, die we ook al niet van Vlaamsgezindheid kunnen verdenken. Mathias, federaal volksvertegenwoordiger en schepen te Gent, heeft duidelijk de fakkel overgenomen van zijn grootvader. In februari 2010 pleegde Mathias kritiek op de volgens hem té Vlaamse koers van de liberale partij, wat hem door toenmalig voorzitter Alexander De Croo niet in dank werd afgenomen. Ondertussen gingen er al geruchten dat de oude garde (Verhofstadt, Dewael, De Gucht) de jonge De Croo wilde afzetten, om hem te laten vervangen door hun stroman Marino Keulen. Uiteindelijk werd het niet Keulen, maar Gwendolyn Rutten, een andere chou van de liberale peetvaders, die De Croo opvolgde.  

 

Verhofstadt: nationalisme leidt naar Auschwitz

verhofstadt-alemanno-192741_tnPolitieke commentatoren beweren dat Mathias De Clercq niet op eigen houtje optrad, maar dat hij eigenlijk de spreekbuis is van ex-premier Guy Verhofstadt. Deze ex-AFF’er, die bij de aanvang van zijn politieke carrière… Willy De Clercq als mentor had, zou zelfs zijn ziel verkopen om toch maar bij de groten der aarde te horen. Nochtans leek het de eerste jaren niet echt te lukken. Zijn grenzeloze arrogantie maakte hem niet populair bij het establishment en met zijn Thatcheriaanse visie op de economie en zijn vaste wil om het Belgische model te veranderen kwam hij in botsing met de machtige vakbonden. Begin jaren ’90 zat hij in een denktank waar onder andere ook Paul Beliën (rechtse journalist), Edwin Truyens (stichter NSV), Lode Claes (Volksunie, VVP) en Gerolf Annemans (Vlaams Blok) bij betrokken waren met de bedoeling een grote conservatieve partij op te richten. Dit ging niet door, maar de PVV veranderde wel in VLD. In 1999 draaide Verhofstadt volledig zijn kazak en verzaakte hij aan zijn ‘Burgermanifesten’ door premier te worden van een paars-groene coalitie. Met het Lambermontakkoord van 2000 schonk hij zoveel geld aan de Walen dat de Franstaligen voor langere tijd geen vragende partij meer zouden zijn voor een staatshervorming. Momenteel valt deze ‘grote staatsman’ vooral op door zijn pleidooien tegen elke vorm van nationalisme, dat volgens hem rechtstreeks naar de gaskamers van Auschwitz zou leiden. Zo sluit hij terug aan bij zijn AFF-verleden en is de cirkel weer rond.

 

‘Q’

Maar er is meer… Hoeveel Vlamingen weten hoe de carrière van Vincent van Quickenborne is gestart? Als jonge jurist doet ‘Q’ stage in het advocatenkantoor van… baron Jean-Pierre De Bandt (zie vorige aflevering)! Die betrekt Van Quickenborne bij de Coudenberggroep en brengt het jonge talent tot bij  André Leysen, Mark Eyskens, Jacques van Ypersele en zelfs koning Albert. In 1996, na de Witte Mars, komt Van Quickenborne naar buiten met TriAngel, een Belgischgezinde denk- en actiegroep rond ‘nieuwe politieke cultuur’, een populair containerbegrip in het begin van het post-Dutroux-tijdperk. Het groepje krijgt zoveel financiële steun van De Bandt en bevriende bedrijven dat de woordvoerder en de secretaris er een bezoldigde dagtaak aan overhouden. De adviesraad van TriAngel oogt bepaald indrukwekkend: André Leysen (Gevaert), Jan Huyghebaert (Almanij), Fred Chaffart (Generale Bank), Marcel Cockaerts (Kredietbank) en Paul De Keersmaeker (Interbrew) zijn maar enkele namen in de lijst. Even later zien we hem samen met toenmalig Volksunie-voorzitter Bert Anciaux opduiken in ID21, evenals TriAngel een project rond ‘nieuwe politieke cultuur’. Volgens Ballegeer regelde Quicky toen ontmoetingen tussen Volksunie-mensen en De Bandt: is er een verband tussen deze ontmoetingen en het einde van de VU? Werd Van Quickenborne misbruikt door het establishment om de antipolitieke gevoelens van de bevolking te recupereren en te kanaliseren of was hij zich zeer goed bewust van zijn taak? Ondertussen schopte ‘Q’, die ooit nog lid was van de communistische PVDA, het tot minister voor de Open VLD en tot burgemeester van Kortrijk.

 

 

Volgende keer: Nuttige idioten.