Vraaggesprek met Mia Brans-Dujardin (85) – door ‘hofdichter’ van ’t Pallieterke HVO

Het gaat steeds beter met RechtsActueel, dank u:  steeds meer rechtsnationale pennen steunen ons met woord en daad, waarvoor we zeer dankbaar zijn.  Graag stellen we u een vraaggesprek voor dat Hector van Oevelen, de ‘hofdichter’ van ’t Pallieterke, maakte met Mia Brans-Dujardin (85), die een groot stuk rechtsnationale geschiedenis vanop de eerste rij beleefde. 

De wat oudere Vlaams bewegers klinkt de naam Mia Brans-Dujardin heel vertrouwd in de oren, want ze zijn haar overàl tegengekomen waar Vlaanderen in beweging was: IJzerbedevaart, Vlaams-Nationale Debatklub, Volksunie, Nationalistische Vlaamse Oudstrijders, Vlaams Blok, IJzerwake enzovoort. En altijd en overal kon je Mia bezig zien als de bezige bij die er op haar stille mààr kordate manier mee voor zorgde dat alles ordelijk zijn beloop kende. Met dit vraaggesprek hoop ik de wat jongere mensen in onze beweging wat waardering bij te brengen voor deze beginselvaste Dame die nooit aan Vlaamse beweging heeft gedaan voor de poen of de post of de roem, maar omdat die beweging broodnoodzakelijk is voor het welzijn van ons volk en dùs voor de onafhankelijkheid die het moét krijgen in een Europa van de volkeren, wat iets helemààl anders is dan het Europa van de EU en van de graaikultuur dat ons door kortzichtige politikasters in de maag is gesplitst. Een (onvolledig) portret.

 miabransdujardinH: Mia, je bent afkomstig van Lauwe, waar je op 17 oktober 1927 geboren  bent in een gezin van 11, maar na de oorlog zijn jullie verhuisd naar het Antwerpse.
Mia: Ja, in West-Vlaanderen was voor al die kinderen geen werk te vinden en in Edegem, waar wij aan de Mechelsesteenweg, dicht bij het station, zijn gaan wonen, waren er goeie treinverbindingen met Brussel.

H: Je bent dan wel verhuisd naar Antwerpen, maar is je hart mee verhuisd of
is dat in West-Vlaanderen gebleven?
Mia: Levenslang is mijn hart daar gebleven! Ik ben in West-Vlaanderen  geboren en getogen en ik blijf West-Vlaming. Ik ken nog altijd West- Vlaams en ik kan niet verstaan dat mensen die een paar jaar in Amerika wonen, al geen Nederlands meer zouden kennen.

H: Heb jij als telg uit zo’n groot gezin, veel afgezien van de oorlog en de repressie die erop gevolgd is?
Mia: Wij hadden het geluk op de buiten te wonen, met schapen, konijnen, kippen, appels, peren, groenten en daar zijn we van blijven leven. Al hadden we geen tekort, af en toe zijn we toch wat gaan smokkelen:  graan en aardappelen. Van de “witten” hebben wij geen last gehad, want wij waren geliefd in ons dorp.

H: Die Vlaamsgezindheid, waar heb je die opgedaan?
Mia: Thuis en op school, maar vooral thuis.

H: Als ik mij goed herinner, heb je gewerkt bij het Vlaams Ekonomisch Verbond (VEV) in Antwerpen?
Mia: Daar ben ik later pas begonnen. Eerst heb ik in Brussel bij Remington Rand gewerkt en daarna ben ik overgestapt naar een andere firma waar reeds elektronisch werd gewerkt. Ik heb daar elektronisch lonen leren  berekenen, maar die firma werkte alleen voor Wallonië, onder andere  voor Forges de Clabeck. Ik was eigenlijk opgeleid voor Germaanse of biblioteek, maar ik ben in de cijfers terechtgekomen. Ik heb mij daarbij neergelegd. Ik heb een goed leven gehad en tussen de cijfers door kon ik nog gedichten schrijven. Na een zware ziekte ben ik uiteindelijk bij het  VEV terechtgekomen, waar ook Colomba Thiel (P: schrijfster van o.a.  “Het Vlaamsche Nationalisme en de vrouw”, overleden 1987) werkte.
Die zei mij dat het VEV niet Vlaams meer was, waarop ik antwoordde:  Dan moeten wij het weer Vlaams maken!

H: Heb jij je daar wél op je plaats gevoeld?
Mia: Iedereen aanvaardde mij daar zoals ik was, als DE ekonoom van het VEV, die niks in haar zakken stak. Ik heb daar een nieuw ekonomisch stelsel op computer gezet. Omdat ik had gezegd dat ze voor mij géén eretekens moesten vragen, zijn er van toen af geen meer gekomen. Na 17 jaar ben ik met pensioen gegaan, maar ik word nog altijd uitgenodigd voor de seniorenklub. Ik heb nergens gewerkt waar ik niet graag was, maar je moet je wel inzetten. Mijn leuze is: als je leven niet is wat je ervan gedroomd hebt, maak dan een droom van je leven.

H: Je hebt in je goed gevulde leven ettelijke bekende Vlamingen ontmoet, weliswaar om andere redenen bekend dan wat vandaag als BV “beroemd” is. Enkele namen die mij te binnen schieten: Cyriel Verschaeve, Wies Moens, Jan Brans, Wim Maes, Rudi van der Paal, Karel Dillen, Herman Wagemans, Hugo Schiltz, vader De Wever, Arthur De Bruyne, Wilfried Aers… Allemaal mannen. Heb je daar als Vlaamsbewegende vrouw nooit
complexen bij gehad?
Mia: Nooit! Bij de Volksunie was ik in de partijraad alleen als vrouw (Nelly Maes was er nog niet). Toen Toon Van Overstraeten mij eens zei “Mia, jij bent hier de enige vrouw”, antwoordde ik: “O ja? Dat was mij nog niet opgevallen”. Ik was daar niet als vrouw, ik was daar als VLAMING.

H: Wil je eens iets vertellen over je eerste ontmoeting met Jan Brans, hoofd-redakteur van Volk en Staat, waar jij spottend Volk op Straat tegen pleegt te zeggen?
StafDeclercqMia: Dat is vrij eenvoudig gekomen. Rik Borginon wou met Jan een herdenking organizeren van Staf De Clercq (H: in het begin van de oorlog overleden leider van het VNV of Vlaams Nationaal Verbond), maar zij hadden mensen nodig om het werk te doen. Jan vroeg aan Karel Dillen of die iemand kende die met administratie vertrouwd was en over adressen beschikte. Die ken ik, zei Karel, en als ze zegt “Ik doe het”, is ’t in orde, maar zegt ze neen, dan blijft het neen. Toen Jan mij vroeg om mee te werken, zei ik ja, maar hij had wél rekening te houden met mijn verplichtingen bij het VEV. Om 17 uur kan ik niet bij u zijn, zei ik, ten vroegste om 18.30 uur en staat u dat niet aan, dan doe ik niet mee. Ik was bij hem aan de deur om kwart voor acht, maar alles verliep vlot, ook de herstelling van het graf door Walter Peeters die daar specialist in was.

H: Jan moet wel indruk op je gemaakt hebben, want je bent met hem getrouwd en dat heeft je blijkbaar nooit berouwd?
Mia: Allemaal de schuld van Staf De Clercq, maar de jaren met Jan (vijf jaar min tien dagen) waren de gelukkigste van mijn leven en Jan zei dat ook tegen mij.

kareldillenH: Karel Dillen kende je blijkbaar al langer dan Jan Brans. Ben je hem direkt gevolgd toen hij tegen een linkselende VU salut en de kost zei?
Mia: Karel kende ik al van in de jaren ’49. We zijn allebei bij de VU weggegaan omwille van Egmont. Ik heb in de partijraad mee de besprekingen gevoerd, maar na een week heb ik gezegd: “Ik ben weg”. Je moet eerlijk blijven. Jan heeft mee onderhandeld over het Vlaams Blok en over het eerste kongres.

H: Zowat heel de Vlaamse Beweging en zeker heel Antwerpen kende Mia Brans als de engel-doet-al van de Vlaams-Nationale Debatklub die in haar meer dan 30-jarige bestaan toch merkwaardige figuren heeft weten aan te trekken, zoals NAVO-baas Jozef Luns, de  omstreden Jean-Marie Le Pen met wie Bart De Wever door de “politiek-korrekte” media tot op vandaag  nog altijd gekompromitteerd wordt en anderen. Een paar anekdotes?

Mia: Aan Le Pen heb ik gevraagd: “Als ge dan toch zo goed wilt staan met het Vlaams Blok, waarom wilt gij dan nog altijd niet begrijpen dat er in Frankrijk ook volksnationalisten bestaan, zoals de Bretoenen en de Basken? Als ik Bretoen was geweest, zou ik tégen u geweest zijn”.  Ik zou daar graag op willen antwoorden, zei hij, maar de tijd is daar te kort voor. Ik kan daar een vergadering voor beleggen, zei ik, maar ik wacht nog altijd op zijn antwoord.

H: Mij zal altijd je organizatie bijblijven van “Waar is de tijd”, een grote samenscholing die bedoeld was om Vlamingen van verschillende gezindheden bij mekaar aan tafel te krijgen, maar dat leek niet erg geslaagd te zijn. Of toch wel?
Mia: Dat feest was niét bedoeld om verschillende gezindheden te verzoenen, maar om de verschillende groepen bij mekaar aan tafel te zetten en dat was een groot sukses! Ik had drie blokken gemaakt: Volksunie, Vlaams Blok en twijfelaars of partijlozen. Ik ben er nog altijd trots op dat ik iedereen heb kunnen zetten waar hij zich op zijn plaats voelde. Daar was maar één familie die mij een andere tafel is komen vragen. Met “Waar is  de tijd?” wilden wij verwijzen naar de tijd van toen, de tijd toen wij nog allemaal eensgezind waren.

H: Je stond ook aan de wieg van de NVOS. Waarom moest per se die N ervoor? Was VOS niet Vlaams genoeg?
Mia: Aan de wieg heb ik niet gestaan, maar toen Wilfried Aers mij vertelde dat er moeilijkheden waren met de VOS in Antwerpen die te veel VU was en na het overlijden van Lea De Jonghe die wèl meedeed, heb ik alles op mij genomen, ook de uitgave van ledenblad Malpertuus en het zoeken naar schrijvers voor dat blad.

H: Mia, zijn er ogenblikken in je leven geweest waarop je spijt hebt gehad van je inzet voor die Vlaamse Beweging die zo weinig tastbare resultaten leek en lijkt op te leveren?
Mia: Neen, soms zeg je wel eens “Waarom doe ik het allemaal, maar mocht ik herbeginnen, ik deed precies hetzelfde. Er zijn er wel veel die ervan genieten, maar geen dankbaarheid kennen”.

H: Op de IJzerwake, waar je ook elk jaar een opgemerkte bezige bij bent, was er dit jaar een opvallend lang applaus voor de oproep om de V-partijen voor dezelfde Vlaamse kar gespannen te krijgen. Ben je daar optimistisch over?
Mia: Helemaal niet. Zolang de IJzerbedevaart niet bijdraait, komt daar niks van. Als je bedenkt dat op de eerste uitgave van Ten Vrede, een man zijn leeuwevlag moest wegdoen… Als die eenheid er kwam, zou het een mirakel zijn.

H: Als uitsmijter een openhartige vraag van een schrijvelaar met een slecht karakter: hoeveel heb je aan de Vlaamse Beweging verdiend?
Mia: Vraag eens hoeveel ik er ingestoken heb. Ik moet nog mijn eerste frank aan de Vlaamse Beweging verdienen. Zelfs in het Antwerpse OCMW, waar ik, samen met Erik Peeters, een tijdje ben bij geweest, heb ik tijd en geld gestoken, maar daar konden wij geregeld rekenen op de steun van Bob Cools (H: socialistische voorganger van Patrick Janssens en Leona Detiège in de burgemeestersstoel), die zich soms afvroeg: “Bij welke partij ben ik nu eigenlijk?” Wij gedroegen ons daar namelijk heel dikwijls socialer dan de socialisten. Toen ik tachtig werd, ben ik ermee gestopt (maar gebruikte kleren in goeie staat zijn nog altijd welkom!) en nu is Cools opgevolgd door Monika De Coninck, een onmogelijke vrouw.

H: Dat laatste kan uiteraard niet gezegd worden, gewaardeerde lezer dezes, van Mia Brans die op 22 september jl., in de grote zaal van Hotel De Basiliek in Edegem, passend en door veel goeie vrienden in de bloemetjes is gezet met een oer-Vlaamse zangnamiddag, die bezielend werd geleid door de noordelijke Dietser Pieter Vis, die bij Mia al jaren vriend aan huis is. Op de zangboekjes prijkte Mia’s eigen warme oproep: ZING MET ONS MEE! Zelden heb ik op een paar uur tijd zóveel moois uit onze rijke liederenschat bij mekaar horen zingen en alle Vlaamse gouwen konden er hun lijflied in terugvinden, óók het zoete land van Waas. Het was echt de TIJD VAN TOEN en het was hartverwarmend, een 85-jarige engel-doet-al waardig.

HVO

One comment

Reacties zijn gesloten.